Maimonides (Rambam) beschrijft in zijn Shemonah Perakim (“Acht Hoofdstukken”), de inleiding tot Pirkei Avot (spreuken der Vaderen) enkele fundamentele ideeën over de menselijke ziel en ethiek. Een belangrijk beeld dat hij daarin gebruikt, is dat van de zieke ziel (nefesh cholah).
Een van de vragen binnen het Joodse denken is deze: Als in de tijd van Mashiach de yetzer hara (de neiging tot het kwaad) verdwijnt, wat gebeurt er dan met onze vrije wil? Blijven wij kiezende mensen, of worden we geprogrammeerd tot het goede?