Home » Tsav – De symboliek van offers

Tsav – De symboliek van offers

De symboliek van offers

Tzav (Leviticus 6-8)

Door Rabbi Yehonasan Gefen

De symboliek van de offers Tzav (Leviticus 6-8) door Rabbi Yehonasan Gefen

In het gedeelte van deze week laat de Tora ons kennismaken met twee van de belangrijkste soorten offergaven: het Olah (verheffings/opstijg) -offer[1] en het Shelamim-offer (vrede).[2] Het Olah wordt volledig verbrand op het altaar, alles stijgt op naar Shamayim, (hemel) terwijl het Shelamim slechts gedeeltelijk verbrand wordt en de rest wordt gedeeld door de eigenaar van het dier, zijn familie en de Kohen (priester).

Rav Uziel Milevsky[3]  bespreekt de symboliek van deze twee offergaven. Hij begint met het citeren van het Tora-commentaar, Meshech Chochma[4], die een dispuut brengt tussen de twee grote Rabbijnse leiders, Hillel en Shammai met betrekking tot de offergaven van Olah en Shelamim. Wanneer een persoon naar de Tempel komt op de drie Pelgrimsfieesten moet hij een Chagigah-offer brengen, dat uit de Shelamim-categorie komt, en het Re’iyah-offer, dat in de Olah-categorie valt. Deze specifieke offers hadden geen bovengrens voor hun waarde, maar ze hadden wel een minimumwaarde. Volgens Shammai moest de Olah, die volledig aan God werd geofferd, minstens twee zilveren munten waard zijn, terwijl de Shelamim maar één zilveren munt hoefde te zijn. Hillel stelde het tegenovergestelde voor – het minimum van de Shelamim was twee zilveren munten, terwijl dat van de Olah één was.[5] Om de een of andere reden kende Shammai meer waarde toe aan de Olah, terwijl Hillel het Shelamim belangrijker vond.

De Meshech Chochma zegt dat dit geschil een aanwijzing is voor een fundamenteel verschil in zienswijze tussen deze twee stromingen.[6] De bron van dit verschil is een ander meningsverschil tussen Shammai en Hillel met betrekking tot de schepping van de wereld. De Yalkut Shimoni merkt een tegenstrijdigheid op tussen twee verzen die een andere volgorde aangeven waarin de hemelen en de aarde werden geschapen: Het openingsvers van Bereishit stelt dat God eerst de hemelen schiep en vervolgens de aarde.[7] Het tweede hoofdstuk impliceert echter dat de aarde werd geschapen vóór de hemelen.[8] Shammai voerde aan dat de hemelen eerst werden geschapen, terwijl Hillel meende dat de aarde eerst kwam. Rav Milevsky, gebaseerd op de Mesech Chochma, legt uit dat ze discussiëren over wat het meest centraal staat in Gods schepping; hemel of aarde. Shammai was van mening dat de wereld ‘hemel-centrisch’ blijft, dit betekent dat de hoofdprincipes die haar leiden waarden zijn die thuishoren in de hogere sferen, namelijk Tora en Emet (waarheid). Hillel geloofde daarentegen dat de wereld ‘aarde-centrisch’ is. Dit betekent dat de hoofdprincipes ervan zijn gebaseerd op mensen en de onvolkomenheden van deze wereld. Om de praktische toepassingen van Hillel en Shammai’s ideologieën te begrijpen en hoe ze zich in ons leven manifesteren, is het leerzaam om een ​​aantal Rabbijnse bronnen te analyseren die andere meningsverschillen tussen Shammai en Hillel illustreren op zowel de gebieden van wet en hashkafa (zienswijze). We kunnen dan uitleggen waarom Shammai meer waarde aan de Olah toekende, terwijl Hillel meer waarde aan de Shelamim gaf.[9]

De Gemara in Sanhedrin bespreekt een significant verschil tussen Mozes en zijn broer Aäron, met betrekking tot gerechtigheid. Toen een juridisch geschil voor de rechtbank werd gebracht, was Aäron van mening dat de rechter zou moeten streven naar een compromis en moest proberen een relatie van vrede en harmonie tussen de partijen tot stand te brengen, ook al is de ene partij soms minder verdienstelijk dan de andere. Het handhaven van vrede had hoe dan ook een hogere prioriteit voor Aäron dan het eisen van pure gerechtigheid. Mozes daarentegen was van mening dat de rechter naar de volledige waarheid moest streven en zijn vonnis in overeenstemming met die waarheid moest uitspreken, ongeacht de gevoelens van de rechtzoekende.[10] De Meshech Chochma merkt op dat Hillel betrekking heeft op Aäron, zoals wordt aangetoond in Pirkei Avot, waar Hillel ons opdraagt ​​om onder de discipelen van Aäron te zijn in termen van het brengen van vrede tussen onze medemensen.[11] De implicatie is dat Hillel ons leert om meer op Aäron dan op Moshe te lijken.[12] Dit is niet omdat er iets ontbreekt aan Mozes zijn benadering, veeleer dat zijn niveau zo hoog is dat het van pure waarheid is. Op zo’n niveau is er geen ruimte voor compromissen vanwege de gevoelens van mensen – de waarheid is de hoogste waarde. De benadering van Shammai is meer in overeenstemming met de benadering van Mozes: hij beweert dat hoewel we het verheven niveau van Mozes niet kunnen bereiken, we er toch naar moeten streven om elke waarheid te bereiken die we kunnen. Op deze manier concentreert Shammai zich meer op de hemel dan op de aarde – in de hemel, waar geen ruimte is voor een compromis over de waarheid, is de waarheid onvervalst.

Dit verschil in benadering komt tot uiting in een meningsverschil over waarheid en onwaarheid. De Gemara in Ketubot bespreekt de zaak van een pas getrouwd stel; en de bruid verdient niet bepaald lof – Hillel en Shammai maken ruzie over wat men tegen de bruidegom moet zeggen. Shammai zegt dat je de waarheid moet zeggen zoals die is, ongeacht de gevoelens van de bruidegom te kwetsen. Hillel stelt dat dit ongemak zal veroorzaken, daarom moet men haar op een vage manier prijzen. Shammai stelt dat Hillel zijn benadering een overtreding is van het verbod om te liegen, terwijl Hillel stelt dat in dit geval, het handhaven van vrede en harmonie tussen een bruid en bruidegom het verbod om niet te liegen opheft, daarom is in zo’n geval het verbod helemaal niet van toepassing.[13] Hillel zijn benadering is dat het niet waarheidsgetrouw is om pijn en onenigheid onder mensen te veroorzaken. Dit geschil is een verhelderend voorbeeld van de vertakkingen van Hillel en Shammai hun uiteenlopende wereldbeelden. Shammai houdt zich strikt aan de waarheid, terwijl Hillel de waarde van de waarheid compromitteert met die van vrede.[14]

Met dit begrip van de benaderingen van Shammai en Hillel kunnen we nu de onderliggende reden voor hun geschil begrijpen over welke korban een grotere minimumwaarde zou moeten hebben – de Olah of de Shelamim. De Olah, geheel voor G-d verbrand op het altaar, is een ‘hemeloffer’ – voor Shammai is de belangrijkste focus de dienst van de mens aan God en het vasthouden aan zuivere waarheid. Voor Hillel is de belangrijkste focus echter vrede, daarom kende hij meer waarde toe aan de Shelamim, die werd gedeeld door de eigenaar van het dier, zijn familie en de priester, waardoor vrede en harmonie onder de mensen werd versterkt.

We hebben de fundamentele verschillen tussen Hillel en Shammai geanalyseerd en hoe deze hun tegenstrijdige uitspraken met betrekking tot de Olah en Shelamim weerspiegelen. We hebben gezien dat Hillel zijn visie naast de waarheid ook de nadruk legt op compromissen, terwijl die van Shammai zich concentreert op pure aanhankelijkheid aan de waarheid. De Gemara in Eruvin stelt dat na drie jaar van debat tussen de twee scholen een stem aankondigde: “De woorden zijn beide woorden van de Levende God, maar de wet is naar Beit Hillel.”[15] Dit betekent dat beide opvattingen juist zijn, maar dat ze verschillende benaderingen hebben. In deze wereld is de meest passende benadering die van Beit Hillel[16], omdat in deze wereld de waarde van vrede soms in strijd lijkt te zijn met die van de waarheid, en voor het niveau van de meeste mensen is de kijk van Beit Hillel het meest passend[17] Een toepassing van deze discussie is dat een persoon ten onrechte het gevoel kan hebben dat het een eigenschap is om altijd strikt aan de waarheid vast te houden, zelfs als het anderen pijn doet of tot onenigheid kan leiden. We leren van het feit dat we Beit Hillel volgen in deze wereld, dat er tijden zijn dat het onmogelijk is om de zuivere waarheid te behouden zonder anderen pijn te doen. Het wordt ten zeerste aanbevolen dat iedereen de wetten leert die betrekking hebben op wanneer iemand de waarheid wel en niet mag veranderen ter wille van de vrede.

Rabbijn Yehonasan Gefen

Besef dat een vertaling altijd een vertaling is, daarom ook de verwijzing naar het origineel: The Guiding Light Parshat Tzav: The Symbolism of the Sacrifices (aish.com)

Opmerkingen van Angelique; wat leren wij hiervan?

Het artikel roept ons op om de wetten met betrekking tot het spreken van de waarheid te bestuderen.

In de “Divine Code” staan alle regels met betrekking tot de waarheid spreken als het gaat over zakendoen. Zoals:  je moet je afspraken nakomen, je mag niet van prijs veranderen, je mag niet meer rekenen dan een product waart is enz.

Maar hoe zit het in het “gewone” leven, moet je altijd de waarheid spreken? En dan merk je dat je bijvoorbeeld voor de huiselijke vrede te bewaren, niet altijd de waarheid precies hoeft te vertellen.

Je hoeft ook niet de waarheid te vertellen aan iemand als diegene die waarheid niet zou kunnen begrijpen. Je moet dan zo dicht mogelijk bij de waarheid blijven, maar doordat je zaken gaat vereenvoudigen zal het niet meer helemaal kloppen. Denk dan bijvoorbeeld aan ingewikkelde natuurkundige processen.

Verder moet je natuurlijk altijd proberen zo dicht mogelijk bij de waarheid te blijven.

Even inzoomen op de “offers”. Noachieden hebben namelijk geen keuze in hun offers. Wij hebben het “olah” offer, dus volledig brandoffer. Dus meer gericht op de “hemelen”, dus eigenlijk meer in de leer van Shammai. Wat betekent dat voor ons….wat ik nu ga schrijven zijn mijn eigen gedachten…dus niet gebaseerd op een bron. Als je gaat kijken naar de wetten die zeggen wat je wel of niet mag doen dan zien we dat voor Noachieden daarin geen maten gelden. [ een voorbeeld daarvan is dat als er een heel klein gedeelte onrein vlees in de soep de soep voor Joden niet verboden is, maar voor Noachieden wel….daar is een goede reden voor, maar dat voert nu te ver om uit te leggen ] Dat geldt wellicht ook voor de waarheid zeggen. Wij moeten ons meer bewust zijn wat we zeggen, en de afwegingen die we maken om de waarheid niet te zeggen moeten heel goed overdacht worden.


[1] Vayikra 6:2

[2] Vayikra 7:11

[3] Hij was de opperrabbijn van Mexico en was later docent in de Ohr Sameach Yeshiva. Hij was beroemd om zijn diepgaande uitleg van de Tora. Zijn lezingen werden later in twee delen gepubliceerd als  ‘Ner Uziel’. Dit essay is te vinden in het tweede deel, blz. 16-20.

[4] Geschreven door Rabbi Meir Simcha van Dvinsk, een van de grootste Tora-geleerden van het begin van de 20e eeuw.

[5] Chagiga, 6a.

[6] Meshech Chochma, Shemos 20:18

[7] Bereishis 1:1. De Yalkut brengt ook een passuk in Yeshaya die aangeeft dat de hemelen eerst werden geschapen.

[8] Bereishis 2:4

[9] Yalkut Shimoni 1:4

[10] Sanhedrin, 6b

[11] Avos, 1:12.

[12] Ner Uziel, blz. 17.

[13] Kesubos, 17a.

[14] Zie New Uziel ibid, en Meshech Chochma, Shemos, 20:18 voor meer toepassingen van het geschil tussen Shammai en Hillel.

[15] Eruvin, 13b.

[16] De studenten van Hillel die regeerden in overeenstemming met de aanpak van Hillel.

[17] De commentaren wijzen er echter op dat in de komende wereld de wet van Beis Shammai wordt gevolgt, omdat er in die wereld geen tegenstelling is tussen Emes en Shalom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *