Home » Be’halot’cha – Het begrijpen van klachten

Be’halot’cha – Het begrijpen van klachten

Het begrijpen van klachten

Be’halot’cha (Numeri 8-12)

Door Rabbi Yehonasan Gefen

Waarover klaagden de kinderen van Israël?

 “Toen het volk het liet voor komen alsof men zich te beklagen had ten aanhoore van de Eeuwige, toen hoorde de Eeuwige het en ontstak Zijn toorn …” [1]

Toen het Joodse volk op het punt stond het land Israël binnen te gaan, begonnen ze bij God te klagen. Het is niet gelijk duidelijk waarover ze precies klaagden. Rashi, gebaseerd op de Sifri, legt uit dat ze eigenlijk geen echte specifieke klacht hadden, maar eerder een voorwendsel zochten om te rechtvaardigen dat ze afstand wilden nemen van God.[2] In dezelfde geest schrijft de Seforno dat ze geen geldige reden hadden om te klagen, ze deden net alsof ze klaagden over de moeilijkheden van de reis. Deze verklaringen helpen bij het beantwoorden van de vraag waarom de Tora schrijft dat ze “alsof” klagers waren, in tegenstelling tot echte klagers.[3] Het is mogelijk om te antwoorden dat de Tora erop zinspeelt dat ze nergens echt over aan het klagen waren. Daarom waren het geen echte klagers die een echte klacht hadden, maar het was eerder zo dat ze als waren,in die zin dat ze deden alsof ze een klacht hadden.

We leren van de Sifri dat er situaties zijn waarin iemand een klacht kan uiten of een argument kan aanvoeren, terwijl hij in werkelijkheid niet echt gelooft in wat hij zegt. Hij gebruikt het vooral als een excuus om een ​​ongewenste vorm van gedrag te rechtvaardigen. In het geval van de mitonenim (klagers) kwam dit ongewenste gedrag tot uiting in het verlangen van de mensen om afstand te nemen van God.

Een ander treffend voorbeeld van hoe iemand iets kan zeggen van wat hij niet noodzakelijkerwijs echt bedoelt, is de ruzie tussen Kaïn en Abel, welke culmineerde in de moord op Abel. De Tora vertelt ons dat Kaïn met Abel sprak voordat hij hem vermoordde. “En Kain sprak met zijn broer Abel, en terwijl ze in het veld waren, kwam Kaïn in opstand tegen zijn broer, Abel, en doodde hem.”[4] De Tora vertelt ons niet waarover Kaïn met Abel sprak. Targum Yonatan vertelt ons dat Kaïn woorden van kefira (ontkenning van God) tot Abel sprak, hij gaf het argument dat er geen God was, en geen concept van beloning en straf. Abel had ruzie met Kaïn en midden in hun ruzie stond Kaïn op en doodde Abel. Rav Yissachar Frand vraagt ​​waarom de Tora zich heeft onthouden van het presenteren van dit schijnbaar fundamentele filosofische debat, en het aan de rabbijnse bronnen overlaat om de details in te vullen. Hij antwoordt dat de Tora ons leerde is dat Kaïn niet noodzakelijk geloofde in wat hij zei, maar dat hij een excuus zocht om een ​​discussie met zijn broer te beginnen. De Tora onthield zich van het onthullen van Kaïns woorden omdat hun werkelijke inhoud niet relevant was. Ook hieruit leren we dus opnieuw dat iemands meest hartstochtelijke argumenten een dekmantel kunnen zijn om zijn ware bedoelingen te verbergen.

In deze geest wordt het verhaal verteld van een aantal yeshiva-studenten in de Yeshiva van Volozhin, die de yeshiva verlieten en uiteindelijk het in achtnemen van de Tora verlieten. Jaren later benaderden ze hun voormalige Rosh Yeshiva, Rav Chaim van Volozhin en vertelden hem dat ze kashas [5] hadden over fundamentele aspecten van het Tora-denken dat ze deze aan hem wilden voorleggen. Voordat ze hun vragen konden stellen, vroeg hij hen retorisch wat er eerst kwam – hadden ze kashas waardoor ze Jiddishkeit verlieten, of verlieten ze Jiddishkeit en kwamen toen met de kashas. Zijn punt was dat ze het in achtnemen van de Tora niet verlieten vanwege diepe filosofische vragen. In plaats daarvan verlieten ze de Tora en kwamen toen met de kashas aan om hun weerzinwekkende gedrag een sluier van geldigheid te geven.[6]

Hoe kan iemand de vaardigheid ontwikkelen om te onderscheiden wanneer iemand één ding zegt maar niet echt meent wat hij zegt?  Het incident van de klagers helpt ons ook hier om daarop antwoord te geven. Nadat de mensen begonnen te klagen, ogenschijnlijk over de moeilijke reis, vertelt de Tora ons dat “God hoorde (vayishma) en Zijn toorn ontstak …”[7] Wat leert de Tora ons door ons het schijnbaar voor de hand liggende feit te vertellen dat God ‘hoorde’? Het werkwoord ‘lishmoa‘ betekent niet alleen horen, maar kan ook ‘begrijpen’ betekenen.[8] Daarom vertelt de Tora ons dat God de ware bedoelingen van de mensen begreep – dat ze geen echte klacht hadden, maar liever afstand van Hem wilden nemen. Hij reageerde dienovereenkomstig.

Natuurlijk zijn we niet in staat de gedachten van iemand te begrijpen. Maar we kunnen er naar streven om God na te volgen door te onderscheiden wat hij werkelijk bedoelt wanneer hij iets zegt, en zo tot een nauwkeuriger begrip te komen van wat hij werkelijk bedoelt. Iemand kan zich bijvoorbeeld afvragen waarom er zoveel lijden in de wereld is. Er zijn talloze mogelijke redenen waarom iemand zo’n vraag zou kunnen stellen; hij kan een tragedie hebben meegemaakt en ermee worstelen; hij kan een oprecht verlangen hebben om deze moeilijke kwestie te begrijpen; of hij gebruikt deze kwestie misschien gewoon als een excuus om het Jodendom aan te vallen. De enige manier om zijn ware bedoeling te onderscheiden, is verder te onderzoeken wat hij precies bedoelt – op deze manier kan men zijn echte probleem aanpakken.

Evenzo kan een kind klagen dat hij niet met plezier naar school gaat. Een ouder zou deze klacht op de koop toe kunnen nemen en gewoon proberen om hem te helpen om meer plezier in het leren te krijgen. Als de ouder echter verder onderzoekt, kan hij ontdekken dat het kind in werkelijkheid geen problemen heeft met zijn studie, maar dat er een ander probleem is, bijvoorbeeld dat een andere jongen hem pest en hij daarom niet naar school wil. Met dit inzicht kan de ouder het probleem nu op een veel effectievere manier aanpakken. De lessen uit de aflevering van de klagers zijn vandaag net zo relevant als in de woestijn. Mogen we het allemaal verdienen om God na te volgen en de ware betekenis van de woorden van mensen te leren begrijpen.

Rabbijn Yehonasan Gefen

Besef dat een vertaling altijd een vertaling is, daarom ook de verwijzing naar het origineel: The Guiding Light Parshat Be’halot’cha: Understanding Complaints (aish.com)

Opmerkingen van Angelique; wat leren wij hiervan?

Goed luisteren is ontzettend moeilijk. Vaak zijn we al, in ons hoofd bezig, om een antwoord te formuleren op wat er gezegd is, voordat de persoon goed en wel is uitgesproken. Belangrijk is om de persoon te laten merken dat we echt aandacht hebben voor zijn vraag. Een open lichaamshouding hebben en oogcontact maken helpt daarbij. Het is belangrijk om te laten merken dat je de gevoelens die een persoon laat meeklinken begrijpt en dat je daarop reflecteert. Samenvatten en doorvragen zijn belangrijke punten bij goed luisteren. Het is moeilijk, maar met vallen en opstaan, kunnen we het allemaal leren om de vraag van de ander belangrijker te vinden dan het antwoord van onszelf die we graag willen geven.


[1] Behaalosecha, 11:1

[2] Behaalosecha, 11:1 citaat Sifri 11:1.

[3] Zie Ayeles HaShachar van Rav Aharon Yehuda Leib Shteinman Shlita, Behaalosecha, 11:1, die deze vraag stelt.

[4] Bereishis, 4:9.

[5] Een kasha is een vraag die erop gericht is een bepaald punt te bewijzen. Dit in tegenstelling tot een sjaiila, dat is een vraag die gericht is op het verkrijgen van informatie.

[6] Dit wil niet zeggen dat Tora-inachtnemende Joden geen geldige vragen in Emuna (geloof) kunnen hebben – wanneer hun vragen voortkomen uit een oprecht verlangen naar waarheid, moeten zij uiteraard worden behandeld. Echter, in dit geval en in vele andere gevallen zijn vragen in Emuna eigenlijk een excuus voor iemand om de Torah niet meer in acht te nemen.

[7] Behaalosecha, 11:1.

[8] Bijvoorbeeld, in het begin van Parshas Yisro vertelt de Tora ons dat Yisro “hoorde”, en in de Shema zeggen wij: “Shema Yisroel” – in deze beide contexten impliceert het woord een niveau van begrip boven dat van gewoon horen. Behaalosecha, 11:1.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *