Home » Re-eeh – Hoe geef je aan anderen

Re-eeh – Hoe geef je aan anderen

Hoe geef je aan anderen

Re’eeh (Devarim 11:26-16:17)

 

Door Rabbi Yehonasan Gefen

Inzicht in de behoeften van anderen en proberen daaraan te voldoen.

In de Tora portie van deze week staat de bron van de mitswa om liefdadigheid te geven. De Tora vertelt ons dat we een persoon “genoeg moeten geven voor zijn gebrek dat aan hem ontbreekt”.[1] De Wijzen leren van de woorden “aan hem” aan het einde van het vers dat we moeten geven volgens de specifieke behoeften van elk individu. Als bijvoorbeeld iemand die rijk was en een extravagante levensstijl gewend was arm werd, moeten we proberen hem zoveel te geven zodat hij kan leven volgens zijn eerdere status.[2]

In deze geest vertellen de Wijzen ons over een man die gewend was te reizen in een koets met bedienden die voor hem uit liepen. Toen hij zijn geld verloor, zorgde Hillel de Oudere ervoor dat hij een koets had om op te rijden en rende zelf zelfs voor de koets uit!

Dit concept leert ons een fundamenteel principe in chesed (vriendelijkheid)[3] – dat we moeten geven in overeenstemming met de specifieke behoeften van de andere persoon. Een belangrijk deel van het werk dat komt kijken bij het doen van chesed, is het onderscheiden van ieders unieke behoefte en ernaar streven deze te vervullen. Dit is geen gemakkelijke taak, omdat ieder mens de wereld door zijn eigen ogen bekijkt en men gemakkelijk zijn eigen verlangens en behoeften op anderen kan projecteren. Bijgevolg kan hij hen voorzien van wat belangrijk zou zijn voor de gever, maar niet zo belangrijk is voor de ontvanger. Als iemand bijvoorbeeld van appels houdt, kan hij aannemen dat anderen dat ook doen en daarom zal hij het gevoel hebben dat hij een geweldige chesed doet door hen appels te geven. De ontvanger van zijn ‘chesed‘ kan echter de voorkeur geven aan sinaasappels, dus de gever bevredigde niet echt de behoeften van zijn vriend omdat hij aannam dat hij dezelfde smaak had als hijzelf.

Dit concept lijkt echter in tegenspraak met de meest fundamentele mitswa in bein adam lechaveiro (interpersoonlijke relaties); die van ‘heb uw naaste lief als uzelf’.  Hillel interpreteerde deze mitswa in de eerste plaats in de betekenis van “datgene wat hatelijk is voor jou, doe dat je vriend niet aan”. Dit leert ons dat de mitswa inhoudt om je vriend op dezelfde manier te behandelen als men zelf behandeld zou willen worden. Dit impliceert dat men niet hoeft te proberen de specifieke behoeften van zijn medemens te begrijpen, maar dat de mitswa zich beperkt tot het behandelen van de ontvanger volgens de persoonlijke voorkeuren van de gever. Dit zou erop wijzen dat als iemand van appels houdt, hij appels aan zijn vriend moet geven omdat hij zou willen dat zijn vriend hetzelfde bij hem zou doen, en het feit dat zijn vriend eigenlijk de voorkeur geeft aan sinaasappels is niet relevant.

De Chofetz Chaim stelt deze vraag aan de orde in de context van de wetten lashon hara[4]: Hij schrijft dat sommige uitspraken objectief gezien niet lashon hara zijn, maar eerder afhankelijk zijn van het onderwerp van discussie. Om bijvoorbeeld te zeggen dat Ploni 4 uur per dag leert, kan een positieve uitspraak zijn of een overtreding van lashon hara. Het hangt ervan af over wie er wordt gesproken. Als men zou zeggen dat een werkende man 4 uur per dag leert, dan zou dat een lovenswaardige uitspraak zijn, maar om hetzelfde te zeggen over iemand die geacht wordt fulltime te leren, zou lasjon hara zijn. De Chofetz Chaim zegt dan dat men de bovengenoemde kasha mag vragen; een persoon die zelf werkt, kan beweren dat hij zou willen dat mensen over hem zeggen dat hij vier uur per dag leert, daarom zou het toegestaan ​​moeten zijn om hetzelfde te zeggen over iemand die geacht wordt de hele dag te leren. Het bewijs van deze redenering is de uitspraak van Hillel dat het alleen verboden is om iemand iets aan te doen wat we niet zouden willen dat hij ons aandoet, maar in dit geval zouden we heel graag willen dat er op zo’n manier over ons gesproken wordt.

De Chofetz Chaim antwoordt dat toen Hillel zei: “wat je haat, doe je vriend niet aan”, hij bedoelde dat als je op zijn niveau of in zijn situatie zou zijn, dit hatelijk voor je zou zijn, zelfs als het niet echt hatelijk zou zijn voor jou in je huidige positie. Dit leert ons dat de mitswa van ‘heb je naaste lief als jezelf’ in feite niet in tegenspraak is met het concept van chesed doen volgens de behoeften van de ander. Het betekent veeleer dat, net zoals we zouden willen dat onze medemens doet wat heilzaam is in onze ogen, en vermijdt wat het hatelijk is in onze ogen, wij ook hem moeten behandelen op een manier die heilzaam is in zijn ogen.

Rav Yisroel Salanter leerde en demonstreerde het belang van het begrijpen van de behoeften en situaties van andere mensen gedurende zijn hele leven. Op een keer zag een student Rav Salanter met iemand praten over alledaagse zaken, wat erg vreemd voor hem was, omdat hij over het algemeen alleen woorden uit de Tora sprak. Later, tijdens een discussie over ijdele spraak, vroeg de student aan Rav Salanter waarom hij over zulke alledaagse zaken sprak. Hij legde uit dat de man met wie hij sprak depressief was en dat het een grote uitdaging was om hem nu op te vrolijken. Rav Salanter zei: ‘Hoe kon ik hem opvrolijken? Met gepraat over mussar[5] en vrees voor God? De enige manier was met een licht, aangenaam gesprek over wereldse zaken.’ [6] Hij begreep de behoeften van deze man en handelde dienovereenkomstig.

We hebben gezien hoe de basis van echte chesed het begrijpen van de behoeften van onze medemens is en proberen ze te vervullen, in plaats van aan te nemen dat wat belangrijk voor ons is, ook belangrijk voor hen is. Deze uitdaging komt constant voor in elke soort relatie. In het huwelijk is het heel gewoon dat man en vrouw verschillende interesses hebben; als de vrouw bijvoorbeeld praat over iets dat belangrijk voor haar is, is de man misschien niet erg enthousiast over dit specifieke onderwerp. Hij of zij moet echter erkennen dat dit belangrijk is voor de ander en daarom interesse tonen in datgene wat belangrijk voor haar is. Evenzo hebben kinderen heel andere interesses dan hun ouders en zijn hun ouders misschien niet zo gefascineerd door de kinderlijke bezigheden van hun kinderen. Desalniettemin is het essentieel dat ze de enthousiaste discussie van hun kinderen niet afwijzen, omdat dit getuigt van een ernstig gebrek aan empathie en bezorgdheid voor de behoeften van hun kinderen. Er zijn talloze soortgelijke situaties in ons leven en het is van vitaal belang om op dit gebied te werken om echt vriendelijke mensen te worden.

Rabbijn Yehonasan Gefen

Besef dat een vertaling altijd een vertaling is, daarom ook de verwijzing naar het origineel: The Guiding Light Parshat V’etchanan: Going Beyond the Letter of the Law (aish.com)

Opmerkingen van Angelique; wat leren wij hiervan?

Een prachtige les, meestal probeer ik er iets aan toe te voegen of specifiek te richten naar Bnei Noach. Maar van deze les, blijf ik af, hij is perfect zoals hij is en behoeft geen enkele toevoeging, elke toevoeging zou een afbraak zijn.


[1] Re’eh, 15:8

[2] Sifrei, 116 en Kesubos, 67b.

[3] Inderdaad, de Sefer HaChinuch schrijft dat; “iedereen die zijn medemens helpt, of dat nu is door het verschaffen van geld, voedsel, of andere behoeften, of zelfs vriendelijke woorden, de Mitzva van liefdadigheid heeft uitgevoerd.” (Chinuch, Mitzva 479). Zo zien we dat alle vormen van vriendelijkheid onder de Mitzva van liefdadigheid vallen.

[4] Chofetz Chaim, Hilchot Lashon Hara, Klal 5, Halacho 6.

[5][5] Zelf-ontwikkeling

[6] Zaitchik, “Sparks of Mussar”. Blz. 31.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *