Home » Het seizoen van Rosh HaShanah: gebeden en nietigverklaring van geloften die een persoon betreurt.

Het seizoen van Rosh HaShanah: gebeden en nietigverklaring van geloften die een persoon betreurt.

Er is geen speciale procedure die een Noachied moet volgen op de dagen voorafgaand aan, op, of volgend op Rosh HaShanah. Aangezien de eerste dag van Rosh HaShanah de jaarlijkse Dag des Oordeels is voor ieder mens, zou iedere persoon tijdens (en bij voorkeur vóór!) dit seizoen uit zijn spirituele slaap moeten ontwaken en persoonlijke tijd opzij moeten zetten om een ​​eerlijk verslag te doen van zijn karakter en gehoorzaamheid aan G-d – welke goede aspecten moeten worden versterkt en welke ongepaste aspecten moeten worden gecorrigeerd.

De kracht van persoonlijke bekering:

Net zoals een persoon zijn daden moet onderzoeken om te zien of ze zondig zijn, en zich moet bekeren van de slechte eigenschappen die hij heeft, moet hij evenzo zijn persoonlijkheid onderzoeken op de slechte eigenschappen die hij heeft, en zich ook daarvan bekeren en zijn wegen corrigeren – zoals eigenschappen van woede, haat, jaloezie, sarcasme, het nastreven van geld en eer, of het nastreven van fysieke verlangens en dergelijke. Deze laatste eigenschappen zijn in sommige opzichten meer kwaadaardig dan zonden die alleen actie inhouden. Daarom zei de profeet: “Laat de goddeloze zijn weg verlaten en de mens van ongerechtigheid zijn gedachten; laat hem terugkeren tot G-d, en Hij zal medelijden met hem hebben, en [laat hem terugkeren] tot onze G-d, want Hij zal overvloedig vergeven.” [Jesaja 55:7]

Een gebed voor Noachieden voor de dagen voorafgaand aan Rosh HaShanah (aangeraden voor dagelijks gebed door Rabbi J. Immanuel Schochet, uit het bovenstaande boekje):

Een gebed van de berouwvolle:

G-d, ik heb fouten gemaakt, gezondigd en vrijwillig Uw voorschriften en geboden overtreden, en ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen, specifiek met de volgende zonde(n) )… [noem de specifieke fouten of zonden].

Ik ben oprecht beschaamd over mijn zonden, ik heb daar berouw over en ik wil standvastig zijn in het besluit om deze niet meer te doen.

Alstublieft G-d, wilt U in Uw oneindige genade en barmhartigheid mijn zonden en overtredingen vergeven en mij verzoening geven, zoals geschreven is: “Laat de boosdoener zijn weg verlaten en de man van ongerechtigheden zijn gedachten; en laat hem terugkeren naar G-d, en Hij zal zich ontfermen over u, en naar onze G-d, want Hij vergeeft overvloedig.” [Jesaja 55:7] En het is geschreven: “Zou Ik werkelijk behagen scheppen in de dood van de goddeloze? Spreekt de Eeuwige, is het niet dat hij die zich bekeert van zijn wegen, dat hij zal leven?” [Ezechiël 18:23]

Er zijn Joodse gebruiken om dagelijks Psalm 27 te zeggen vanaf de eerste dag van de Hebreeuwse maand Eloel (een maand voor Rosh HaShanah) tot en met de dag van Hoshanah Rabba (de zevende dag van het Joodse feest van Soekot). In het algemeen kan men deze of andere psalmen tijdens deze dagen reciteren (bijvoorbeeld Psalm 51 voor naar bed gaan). Bovenal moet men weten dat oprecht berouw (vooral wanneer dit gepaard gaat met gebed en gepaste liefdadigheid) het oordeel van G-d over een persoon kan verzachten of veranderen, omdat Hij verlangd dat degenen die hun geboden overtreden van dat pad terugkeren en leven (zowel fysiek en geestelijk).

Als je een specifieke gelofte of eed hebt afgelegd waar je spijt van hebt en je wilt deze annuleren (vóór Rosh HaShanah of op enig moment in het jaar), moet je deze procedure volgen die voor Noachieden beschreven is in “The Divine Code”,  deel III , hoofdstuk 4, over het annuleren van geloften en beloften, aangezien slechts enkele soorten geloften en beloften kunnen worden geannuleerd, als er een goede rechtvaardiging is:

 

1. Indien iemand een belofte of gelofte aflegt om een bepaalde zaak te doen of niet te doen, en hij krijgt vervolgens spijt van zijn gelofte en besluit dat hij benauwd zal worden als hij zich eraan houdt – of als zich later iets voordoet wat hij niet voorzag, en hij hierdoor zijn belofte of gelofte heroverweegt – dan kan hij om een annulering van de gelofte vragen volgens de onderstaande instructies. Zodra zijn gelofte wordt geannuleerd, is het hem toegestaan een zaak te doen die hij gezworen heeft niet te doen, of hij hoeft de zaak die hij beloofd heeft te doen, niet te doen. Zelfs als hij de belofte bij G-ds Naam heeft gezworen, kan hij om een annulering voor de gelofte vragen.  

2. In het vorige hoofdstuk is uitgelegd dat iemand zich niet moet haasten om beloften of geloften te doen, en als men dat al gedaan heeft, moet hij zijn woord houden en zijn gelofte niet annuleren. Hij moet het leed verdragen om wat hij mondeling heeft gezworen te handhaven, in plaats van de eed te annuleren (want wie zweert en daarna zijn gelofte intrekt, is als een leugenaar). Alleen als men ziet dat de gelofte die hij heeft uitgesproken hem veel leed berokkent, of als het een struikelblok wordt, of hem of anderen doet zondigen, dan moet hij de gelofte laten annuleren.

Indien hij daarna om een annulering van zijn gelofte verzoekt en deze ontvangt, ook al was het hem niet betamelijk dit te doen, is hij niet meer gebonden aan de gelofte.

3. Men kan zijn eigen gelofte niet annuleren; maar anderen moeten dit voor hem annuleren. Zelfs één persoon kan de gelofte van een ander annuleren, mits hij op de hoogte is van de voorschriften betreffende het annuleren van geloften, en hij van meet af aan weet wat als geldige spijt wordt beschouwd, en hoe een opening kan worden gevonden om vast te stellen dat de nodige spijt aanwezig is. Zelfs een vriend of familielid, zolang hij of zij kennis heeft van deze wetten, mag een gelofte die een niet-Jood heeft afgelegd, annuleren.

4. Hoe wordt een eed geannuleerd? De persoon die de eed heeft afgelegd, zegt ten overstaan van degenen die het annuleert: “Ik heb een eed afgelegd over dit en dat, en ik ben van gedachten veranderd. Als ik geweten had dat ik mij in deze zaak zo ongemakkelijk zou voelen, of dat mij daardoor dit of dat zou overkomen, dan zou ik de eed niet hebben afgelegd. Als ten tijde van de eed mijn inzicht was zoals het nu is, zou ik de eed niet hebben afgelegd.”

Zij die de eed annuleren zeggen tegen hem: “Ben je reeds van gedachten veranderd?” Hij antwoordt: “Ja.”

Zij zeggen hem dan: “De zaak is u vergund,” of “De belofte is voor u vervallen,” of iets dergelijks, met deze intentie en in elke taal.

Er is geen annulering voor een gelofte, tenzij degene die de eed aflegde er spijt van heeft en er afstand van doet, verklarende: “Als ik had geweten wat ik nu weet, of als ik hierover zou hebben nagedacht ten tijde van mijn gelofte, zou ik hem niet hebben afgelegd,” en zijn gelofte herroept in aanwezigheid van degene die hem annuleert.

Of hij nu uit eigen beweging om een annulering vraagt of dat een ander persoon het initiatief neemt tot het annuleren en hem vraagt: “Als u ten tijde van uw gelofte dit en dat had geweten, zou u het dan gedaan hebben?” en hij antwoordt “nee”, dan is dit een “opening” om zijn gelofte te annuleren.     

Maar als iemand zegt dat hij geen spijt heeft van zijn gelofte, is het onmogelijk hem ervan te ontheffen. Zelfs als iemand op het huidige moment spijt heeft van de gelofte, maar geen spijt heeft vanaf het moment van de aanvaarding ervan, en zegt dat wat hij beloofd heeft tot nu toe goed was, en pas in de toekomst zich ervan wil bevrijden, kan hij geen annulering krijgen.

5. We annuleren een eed niet wegens iets dat zich nog niet had voorgedaan op het ogenblik dat de eed werd afgelegd, en waarvan de persoon van te voren geen mogelijke kennis over had. Wat wordt geïmpliceerd? Bijvoorbeeld, iemand legde een eed af om geen voordeel te halen van die-en-die persoon, en die persoon werd later burgemeester van de stad. Omdat de persoon geen spijt had van het afleggen van de gelofte, zelfs als hij nu zegt: “Als ik had geweten dat dit zou gebeuren, zou ik de gelofte niet hebben afgelegd,” moet zijn gelofte niet geannuleerd worden, want hij heeft nog steeds geen spijt van het oorspronkelijk afleggen van de gelofte.

Als hij echter spijt heeft en zegt: “Als ik had geweten dat deze persoon geschikt was voor aanzien en eer ten tijde van mijn gelofte, dan zou ik hem niet hebben afgelegd,” dan is dit een waar en geldig betreuren, en kan zijn gelofte geannuleerd worden. Wanneer is dit van toepassing? Met betrekking tot een normale gebeurtenis, die een persoon als mogelijk had kunnen voorzien op het moment dat hij de gelofte aflegde.

Er geldt een andere regel wanneer er een ongewone gebeurtenis plaatsvindt waar men normaal gesproken niet aan zou denken. Aangezien dit een volkomen onvoorziene omstandigheid is, mag dit niet als een opening worden beschouwd om de persoon annulering wegens spijt toe te staan, omdat hij geen spijt heeft dat hij oorspronkelijk de gelofte heeft gedaan.

Met toestemming van Ask Noah International werd dit vertaald van hun webpagina: Rosh HaShanah season: prayers & annulment of regretted vows (asknoah.org)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.