Home » Wajisjlach – Timna en Amalek: De afwijzingen

Wajisjlach – Timna en Amalek: De afwijzingen

Timna en Amalek: De afwijzingen

Wajislach (Genesis 32:4-36:43)

Door Rabbi Yehonasan Gefen

Het volk Amalek staat bekend als het toonbeeld van kwaad en vijandschap jegens het Joodse volk. De Tora vertelt ons dat de Amalekieten ons aanvielen toen we in de woestijn waren en daarom wordt ons bevolen om dit goddeloze volk volledig uit te roeien. Veel minder is er bekend over de vader van dit volk, de persoon die Amalek genoemd wordt en die zijn nakomelingen leerde om het Joodse volk met al hun macht te bestrijden. Hoe heeft deze man zo’n intense haat ontwikkeld voor mensen die genetisch gezien zijn neven en nichten waren?!

Het lijkt erop dat twee incidenten met de ouders van Amalek hebben bijgedragen aan het opwekken van zo’n virulente afkeer. In Vayishlach schrijft de Tora over de afstammelingen van Esau. Het vertelt ons over Esau’s zoon Elifaz en zijn vele immorele relaties: “En Timna was een concubine van Elifaz en Elifaz baarde Amalek.”[1] De Gemara in Sanhedrin informeert ons over de achtergrond van deze noodlottige gebeurtenis. “Timna was een prinses, maar ze wilde zich bekeren. Ze kwam naar Abraham, Isaak en Jakob [om zich te bekeren] maar zij wilden haar niet accepteren. Ze werd toen concubine van Elifaz, de zoon van Esau. Ze zei dat het beter was om een dienstmaagd voor deze natie te zijn in plaats van een machtige vrouw in een andere natie. [Als gevolg] Amalek, die Israël veel pijn zou doen, werd uit haar geboren… “[2] Het was deze afwijzing van Timna die ertoe leidde dat ze zich tot Elifaz wendde en de ultieme bron van het kwaad, Amalek, baarde.

Rav Zev Leff bespreekt hoe deze factor een belangrijke rol speelde bij het opwekken van de schijnbare irrationele haat van Amalek tegen de Joodse natie. Hij legt uit dat wanneer een persoon door iemand anders wordt afgewezen, hij zeer waarschijnlijk een grote afkeer voor die persoon zal ontwikkelen. Dit komt omdat het gevoel van afwijzing erg pijnlijk is en het kan ervoor zorgen dat iemand zich onbeduidend en waardeloos voelt. Een van de manieren (maar zeker geen gezonde methode) om dit gevoel van afwijzing weg te nemen, is door de bron van die afwijzing te delegitimeren. Door de ‘afwijzer’ zelf als onbelangrijk te zien, kan de persoon vervolgens zijn eigen gevoelens van waardeloosheid wegnemen, omdat de oorzaak van dit gevoel zelf van geen waarde is!

Amalek wist dus duidelijk van de afwijzing die zijn moeder door de patriarchen onderging; de manier waarop hij deze afwijzing kon tegengaan was door de patriarchen en waar zij voor stonden te verwerpen; door te laten zien dat de afstammelingen van de patriarchen onbeduidend waren, kon Amalek zijn eigen gevoelens van eigenwaarde laten gelden. Natuurlijk zijn er veel gezondere manieren om iemands eigenwaarde te laten gelden in het licht van een afwijzing, zoals het erkennen van iemands eigen intrinsieke eigenwaarde als zijnde geschapen naar het beeld van God, Misschien zou het voor Amalek mogelijk zijn geweest om deze gezonde benadering te volgen, ware het niet dat er een tweede bepalende incident was:

De Medrash vertelt ons: “[Amalek] vroeg [zijn vader Elifaz]: ‘Vader, wie zal deze wereld en de komende wereld beërven?’ ‘De kinderen van Israël’, antwoordde [Elifaz]. ‘Ga naar buiten en graaf putten voor ze en repareer wegen voor ze. Als je dat doet, zal je aandeel bij de nederigen onder hen zijn en zul je de komende wereld betreden.’ Toen hij dit hoorde, werd hij de vijand en achtervolger van Israël.’[3]

Als Amalek had geluisterd naar het advies van zijn vader om zich aan het Joodse volk te onderwerpen, dan had hij de komende wereld kunnen bereiken. In plaats daarvan hadden de woorden van Elifaz precies het tegenovergestelde effect en brachten hem ertoe het Joodse volk te haten en streefde hij erna om het te vernietigen. Het lijkt erop dat Elifaz’ opmerking dat Amalek zich zou moeten vernederen, de gevoelens van afwijzing verergerde die hij al had als gevolg van Timna’s afwijzing door de patriarchen. De combinatie van deze twee factoren zorgden ervoor dat hij het gevoel kreeg dat de enige manier waarop hij zijn superioriteit kon laten gelden, zou zijn om de Joodse natie volledig te elimineren met totale veronachtzaming van de wonderen die hen in hun geschiedenis zouden vergezellen. Dit verklaart waarom het volk Amalek het Joodse volk in de woestijn aanviel, ondanks het feit dat ze een open Goddelijke Voorzienigheid hadden ervaren en het zeer gevaarlijk was om hen aan te vallen. Inderdaad werden de Amalekieten sterk verzwakt in deze strijd, maar dat verhinderde hun intense verlangen om het Joodse volk uit te roeien niet.

We hebben gezien hoe de oorzaak van Amaleks diepe haat tegen het Joodse volk niet gebaseerd is op diepe filosofische verschillen; de wortel is veeleer het feit dat de afwijzing van Timna en het advies van Elifaz een verbitterd persoon creëerden die, in plaats van zichzelf te verbeteren, probeerde te vernietigen wie hij zag als de oorzaak van zijn onbeduidendheid. Op een veel kleinere schaal staat iedereen voor de uitdaging waarin Amalek zo faalde. We maken allemaal gelegenheden mee waarin we ons door iemand afgewezen voelen. We leren hieruit dat we onze tijd en energie niet moeten verspillen aan pogingen om die persoon te wreken In plaats daarvan moeten we onze eigen gevoelens van eigenwaarde ontwikkelen en erkennen dat we intrinsiek waarde zijn als scheppingen van God.

Rabbijn Yehonasan Gefen

Besef dat een vertaling altijd een vertaling is, daarom ook de verwijzing naar het origineel The Guiding Light Parshat Vayishlach: Timna and Amalek: The Rejects (aish.com)

Opmerkingen van Angelique; wat leren wij hiervan?

De les die we eruit kunnen leren dat als we onze eigenwaarde willen vergroten dat we dan zelf moeten zorgen om op een berg te klimmen in plaats van de ander in een afgrond te werpen is een belangrijk les.

Ik wil hem hier echter voorzichtig verder trekken. Er zijn velen van ons Noachieden die uit een christelijke geloofsomgeving komen. Een omgeving die met haar vervangingstheologie toch op veel fronten het volk heeft aangevallen. En diep van binnen zit daar dat minderwaardigheidscomplexgevoel achter. Want waarom heeft HaShem het volk Israël gekozen, waarom heeft Hij haar lief, waarom….

Naar mijn gevoel hebben wij geleerd om over dat gevoel heen te stappen. We hebben geleerd tevreden te zijn met onze plek en positie en sterker nog we hebben geleerd ( sommigen van ons aan het leren) dat de plek en positie die HaShem ons heeft toebedacht ook zijn eigen waarde heeft en ook belangrijk is. Dat wij ook een band en relatie met Hem kunnen hebben.

Wij hebben de Amalek in ons hart verslagen en gedood.


[1] Vayishlach, 36:12.

[2] Sanhedrin, 99b.

[3] Tana D’bie Eliyahu, hoofdstuk 24, Yalkut Shimoni, Beshalach, 268.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.