Home » Vayechi – De juiste balans bereiken

Vayechi – De juiste balans bereiken

 

De juiste balans bereiken

Vayechi (Genesis 47:28-50:26)

Door Rabbi Yehonasan Gefen

Het boek Genesis bereikt zijn hoogtepunt met de eeuwige zegeningen die Jakob aan zijn zonen schonk. Elke zoon ontving een unieke zegen die precies afgestemd was op zijn talenten en behoeften. Aan het einde van de zegeningen zegt de Tora dat Jakob hen opnieuw zegende. Wat was deze nieuwe zegen?

Rashi legt uit dat Jakob met deze laatste zegening elke zoon in elkaars zegen betrok. Daarom zouden alle broeders bijvoorbeeld gezegend worden met Juda’s zegen van de kracht van een leeuw.[1] Rashi’s uitleg brengt een nieuw probleem naar voren: als elke broeder gezegend was met de persoonlijke zegen van de andere broeders, wat was dan überhaupt de betekenis van het individueel zegenen van hen?

De Maharal antwoordt dat Jakobs laatste zegen hen niet op elk gebied gelijk maakte; in plaats daarvan was ieder het sterkst in het gebied waarin hij gezegend was. De extra laatste zegen gaf hen allemaal een aspect van elkaars zegeningen. Juda was bijvoorbeeld gezegend met een hoger niveau van kracht dan zijn broers; deze laatste zegen gaf elk van de andere broers een bepaald element van die eigenschap.[2]

Waarom had elke broeder een bepaalde mate van elke zegen nodig? Rabbi Yitzchak Berkovits legt uit dat een persoon zich kan specialiseren in een bepaald gebied; hij moet echter ook op de andere gebieden enig aandeel hebben. Dit concept is van toepassing op tal van gebieden, waaronder iemands rol in het leven, karaktereigenschappen en het leren van de Tora. Met betrekking tot iemands rol in het leven zijn er vele rollen die ieder van ons moet spelen. We moeten vaders of moeders zijn, echtgenoten of echtgenotes, vrienden, kinderen, leraren, collega’s enzovoort. Een persoon wil misschien speciale aandacht besteden aan één gebied, zoals ouderschap – dit is een geweldige zaak – maar hij moet zich niet te veel op dat gebied concentreren met uitsluiting van al het andere. We moeten weten hoe we een balans kunnen maken tussen werken, tijd doorbrengen met onze vrouwen en kinderen, Tora leren, vriendelijke dingen doen en alle andere functies die een oplettende Jood ( en elk mens ) moet vervullen. Een goede indicatie dat men het ene gebied te veel benadrukt, is als de andere gebieden eronder lijden. Dus als een iemand veel tijd doorbrengt met zijn familie, maar niet in staat is om Tora te leren, dan gaat er iets mis.

Deze noodzaak voor evenwicht is vooral belangrijk op het gebied van karaktereigenschappen. Veel mensen hebben bijvoorbeeld een natuurlijke neiging om vriendelijk of streng te zijn en we hebben de neiging om het grootste deel van onze tijd en energie op die eigenschap te richten. Dus een van nature vriendelijk persoon zal eerder de nadruk leggen op het helpen van anderen dan het werken aan zelfdiscipline. Het is vrij normaal en ook goed  voor een persoon om zich te concentreren op zijn sterke punten; het lijkt er echter op dat een groot deel van iemands beloning voor groei komt door gebieden die voor hem niet vanzelfsprekend zijn. Rabbi Yaakov Kamenetsky merkt op dat de voorvaderen hun grootste beproevingen doorstonden in gebieden die het tegenovergestelde waren van hun natuurlijke karaktereigenschappen. Abraham, de volmaakte gever, stond voor de ongelooflijke test van de Binding van Isaak (de Akeida),waar hij zijn grote gevoel van barmhartigheid moest overwinnen en bereid moest zijn zijn zoon te doden. Jakobs grootste uitdagingen vereisten dat hij slechte mensen te slim af was met behulp van het instrument van onwaarheid, de antithese van zijn eigenschap van eerlijkheid. [3]

De noodzaak van het ontwikkelen van een evenwicht in iemands leven is heel duidelijk op het gebied van het leren van de Tora. Ten eerste zegt de Misjna in Pirkei Avos (Ethiek van de Vaders): “Als er geen Tora is, dan kan er geen derech eretz zijn[4] en als er geen derech eretz is, dan kan er geen Tora zijn.”[5] De Rambam merkt op dat beide aspecten elkaar aanvullen – men kan zich niet te veel concentreren op het leren van de Tora zonder enige nadruk op het verbeteren van zijn karakter en evenzo kan men zijn karaktereigenschappen niet effectief ontwikkelen zonder de Tora te leren. Rabbi Yisroel Salanter werd eens gevraagd waarom hij zijn studenten aanmoedigde om zoveel tijd te besteden aan de studie van mussar, (die de nadruk legt op zelfgroei), waardoor hij een hoger niveau van grootheid in de Tora opofferde. Hij antwoordde door een vraag te bespreken in de wetten van het zeggen van zegeningen – als een persoon een volledig stuk voedsel voor zich heeft (bekend als een Shalem) en een groter stuk van hetzelfde voedsel dat niet compleet is (d.w.z. het is in stukken gebroken, bekend als een Gadol) dan is het een kwestie van wat groter is versus wat compleet is – waarover moet een persoon dan de zegen zeggen? De wet is dat men de zegen moet zeggen over het volledige stuk, ook al is het kleiner dan het andere. Zo is ook iemand die Tora leert maar ook aan zijn eigenschappen werkt (een‘Shalem’) op een hoger niveau dan iemand die meer geleerd is maar een minder verfijnd karakter heeft (een‘Gadol’).

We leren veel lessen uit de specifieke zegeningen die Jakob aan zijn zonen schonk. Ze leren ons ook dat hoewel een persoon zich kan specialiseren in een bepaald gebied, hij niettemin de plicht heeft om op alle gebieden volledig en evenwichtig te zijn. Dit is een veeleisende taak, maar Jakob zegende het hele Joodse volk met het potentieel om dit te bereiken. Mogen we allemaal een echt evenwicht bereiken.

Rabbijn Yehonasan Gefen

Besef dat een vertaling altijd een vertaling is, daarom ook de verwijzing naar het origineel The Guiding Light Parshat Vayishlach: Timna and Amalek: The Rejects (aish.com)

Opmerkingen van Angelique; wat leren wij hiervan?

Beter worden waarin je goed bent en laten groeien en aandacht geven aan wat nog klein is en die extra aandacht nodig heeft. Het kan soms heel moeilijk, misschien soms zelfs beangstigend zijn om uit je comfortzone te komen. Bovenstaande laat denk ik ook niet zien dat we perfect moeten worden op de gebieden die ons minder goed liggen, maar wel dat we moeten proberen om kleine stapjes te maken in deze gebieden. Het leert ons daardoor ook het belang van deze gebieden beter leren kennen en te waarderen. En als we dan bijvoorbeeld die eigenschappen bij anderen zien dan zien we gemakkelijker hun positieve eigenschappen en kwaliteiten in plaats van ons te richten op de gebieden door voor anderen uitdagingen zijn.

(Becoming better at what you are good at and allowing that which is still small and needs extra attention to grow. It can sometimes be very difficult, maybe even frightening, to get out of your comfort zone. I think the above also does not show that we have to become perfect in the areas that do not suit us, but that we have to try to make small steps in these areas. It also teaches us to better know and appreciate the importance of these areas. And then when we see these traits in others, for example, we more easily see their positive traits and qualities instead of focusing on the areas that are challenging for others.)


[1] Vayechi, 49:21.

[2] Gur Aryeh, 49:21, Sk 22.

[3] Voor de uitdaging van Isaak, zie de Gemara in Sjabbo’s, 89b. Zie ook Michtav M’Eliyahu, 2e Chelek, Parshas Lech Lecha, p.162-3.

[4] Derech Eretz kan een aantal betekenissen hebben – in dit geval verwijst het naar het hebben van verfijnde karaktereigenschappen.

[5] Avos, 3:17.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.