Home » Va’eira – Mozes onze Leraar en Farao

Va’eira – Mozes onze Leraar en Farao

Mozes onze Leraar en Farao

Va’eira (Exodus 6:2-9:35)

 

Door Rabbi Yehonasan Gefen

Moshe Rabbeinoe en Farao


Het Tora-gedeelte van deze week beschrijft de eerste zeven van de tien plagen die Egypte op de knieën brachten in detail. Een belangrijk kenmerk van de plagen is het gedrag van Farao als reactie op de vernietiging van zijn natie. Toen Mozes en Aäron de eerste bloedplaag teweegbrachten, vertelt de Tora ons dat Farao niet onder de indruk was omdat zijn tovenaars ook water in bloed konden veranderen: “En Farao verhardde zijn hart en hij luisterde niet naar hen…” In het volgende vers staat: “Farao keerde zich om en ging naar zijn huis, en schonk hier ook geen aandacht aan. “[1] De commentaren vragen, waar verwijst de Tora naar als er staat dat ‘hij hier geen aandacht aan schonk’; in het vorige vers stond toch al dat Farao niet luisterde naar de argumenten van Moshe en Aaron?

De Netsiv legt uit dat het tweede vers ons vertelt dat Farao ook onbewogen was door de pijn die zijn volk door de plaag leed en niet zocht naar manieren waarop hij hun pijn kon verzachten.

De plaag met het bloed was de enige plaag waarin de Tora zinspeelt op Farao’s onverschilligheid voor het lijden van zijn eigen volk. Waarom is dit? De Medrasj, HaGadol, verschaft de sleutel tot het beantwoorden van deze vraag: “De goddeloze farao werd niet geteisterd door de bloedplaag.”[2] De plaag met het bloed was de enige die Farao zelf niet schaadde. Omdat hij de pijn niet zelf ervoer, was het deze plaag waar zijn apathie voor de pijn van zijn volk het meest uitgesproken was.

We zien een schril contrast met Farao’s wrede onverschilligheid en zijn reactie op de pijn van het Joodse volk en Moshe. Moshe groeide op in het huis van Farao, gescheiden van zijn volk en onaangetast door de slavernij. Desalniettemin ging hij naar buiten en keek naar het lijden van zijn broers en leefde mee met hun pijn[3] – hij haalde zelfs Farao over om hen een rustdag te geven.[4]

De verzen in de Tora die Moshe’s enorme zorg voor zijn volk beschrijven, worden voorafgegaan door de woorden ” vayigdal Moshe “. Dit zou normaal vertaald worden als “en Mozes groeide op”, maar dit kan niet het geval zijn omdat een vers eerder dat al vermeldde. De commentaren leggen uit dat het verwijst naar een groot persoon worden – en de indicator van die grootheid was zijn zorg voor anderen. [5]

Waarom vertegenwoordigd juist empathie grootsheid? Rav Shimon Shkop legt uit dat een ‘ Gadol ‘ – een geweldig persoon – iemand is die zijn zelfdefinitie uitbreidt tot anderen. Hij wordt niet louter als een individu beschouwd, eerder als onderdeel van een groter geheel, en bijgevolg wordt hij zelf een ‘groter’ persoon.[6] Farao daarentegen wordt door de Talmoed beschreven als een zeer klein persoon. [7] De Commentaren leggen uit dat dit verwijst naar zijn spirituele status – hij bevond zich op een zeer laag niveau.[8] Misschien was een aspect van zijn laagheid zijn apathie voor de pijn van zijn eigen volk. Omdat hij alleen om zichzelf gaf, breidde hij zijn zelfdefinitie niet uit en bleef hij een ‘klein’ persoon.

Hoe kan iemand de apathie van Farao vermijden en de empathie van Mozes navolgen? Het is bijzonder moeilijk om ons in te leven in mensen die zich in een situatie bevinden die ons niet raakt. Wanneer het vers zegt dat Mozes het lijden van zijn volk zag, gaat Rashi verder; “hij richtte zijn ogen en hart op om pijn voor hen te voelen.”[9] Mij rebbi, Rav Yitzchak Berkovits legt uit dat hij eerst naar hun gezichten keek om de pijn te zien die ze hadden. Daarna ‘richtte hij zijn hart’ door te proberen zich in hun pijn in te leven, te voelen wat ze voelden. Zo moeten ook wij, als we horen dat een persoon zich in moeilijkheden bevindt, eerst proberen hun gezichtsuitdrukkingen op te merken om de pijn die ze hebben echt tot een realiteit te maken. Ten tweede moeten we proberen te voelen hoe het moet zijn om zo’n pijn te hebben. Op een vergelijkbare manier suggereert, Rav Noach Orlowek dat wanneer we horen van een terroristische aanslag waarbij mensen gedood zijn, we even de tijd moeten nemen om ons voor te stellen wat de slachtoffers en hun families moeten doormaken. Het is niet genoeg om alleen maar te zuchten en verder te gaan; we moeten ernaar streven om niet immuun te worden voor de pijn van andere mensen.

Het is ook leerzaam om een ​​soort gebaar te maken om te laten zien dat het lijden van onze mede-Jood ons echt aangaat, zelfs als we hen niet direct kunnen helpen. Toen Rav Chaim Soloveitchik de rabbijn van Brisk was, werd de halve stad afgebrand, waardoor honderden Joden dakloos werden. Rav Chaim verliet prompt zijn huis en sliep op een bank in de studiezaal. Toen hem werd gevraagd waarom hij dat deed, riep hij uit: “Hoe kan ik in een comfortabel bed slapen als zoveel mensen geen dak hebben?!” [10]

We leren ook van Moshe dat het niet genoeg is om alleen maar medelijden te hebben met degenen die pijn hebben. De Medrahj zegt dat Moshe “zich zou inzetten en elk van hen zou helpen, zijn rang negerend, hij zou hun lasten verlichten terwijl hij deed alsof hij Farao hielp.” [11] Evenzo moeten we ernaar streven degenen die in moeilijkheden verkeren op elke mogelijke manier te helpen. Rav Yissachar Frand stelt voor dat we de volgende keer dat we horen dat onze vriend zich in een moeilijke situatie bevindt, we moeten kijken of er een haalbare manier is waarop we hem kunnen helpen. Als hij bijvoorbeeld zijn baan is kwijtgeraakt, kunnen we bedenken of we contacten kennen die hem kunnen helpen bij het vinden van een nieuwe baan, of als hij op zoek is naar een huwelijkspartner, aan mogelijke matches voor hem denken.

Zelfs als we het probleem van de persoon niet actief kunnen oplossen, kunnen we een grote vriendelijkheid bewijzen door er voor hem te zijn en hem te laten zien dat hij niet alleen is met zijn pijn.

Moshe en Farao laten ons zien hoe grootsheid wordt gedefinieerd door om anderen te geven en hoe kleinheid een weerspiegeling is van egoïsme. Mogen we er allemaal naar streven om Moshe te evenaren.

Door Rabbijn Yehonasan Gefen           

Besef dat een vertaling altijd een vertaling is, daarom ook de verwijzing naar het origineel: https://www.aish.com/tp/i/gl/112471284.html

Opmerkingen van Angelique; wat leren wij hiervan?

Denk dat we hieruit gewoon de hele praktische les leren dat we mensen moeten helpen. We kunnen nog zoveel studeren over hoe je een goed mens moet zijn, het heeft geen nut als we het niet in de praktijk brengen. De waarschuwing van onverschilligheid is denk ik een hele goede waarschuwing. Zeker in onze dagen dat we overspoeld worden door negatieve berichten in de media die ons afstompen voor het leed van anderen.


[1] Va’eira, 6:22-23.

[2] Medrash HaGadol, Sjemos, 7:29 .

[3] Sjemos, 2:11 .

[4] Sjemos Rabba, 1:27. Deze vergelijking van Moshe met Farao werd gehoord door Rav Moshe Zeldman Shlita, senior docent voor Aish HaTorah, Yerushalayim.

[5] Shaarei Simcha; hoorde ook van Rav Yissochor Frand Shlita.

[6] Hakdama naar Shaar Yosher.

[7] Moed Katan, 18a .

[8] Iyun Yaakov, ibid.

[9] Sjemos, 2:11 .

[10] Gehoord van Rav Yissochor Frand Shlita.

[11] Sjemos Rabba, 1:27

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *