Home » Jitro – Gods Naam heiligen

Jitro – Gods Naam heiligen

Gods Naam heiligen

Jitro (Exodus 18-20)

Door Rabbi Yehonasan Gefen

Shemot, 18:1 : “Yitro, de priester van Midian, de schoonvader van Mozes, hoorde alles wat God aan Mozes en aan Israël, Zijn volk, had gedaan – dat God Israël uit Egypte had weggevoerd.”

Rashi, Shemot, 18:1:  En Jitro hoorde: ” Welk nieuws had hij gehoord dat maakte dat hij kwam? De splitsing van de Yam Suf en de oorlog tegen Amalek.”

Rashi wijst op twee gebeurtenissen die een bepalende rol speelden in Yitro’s gedenkwaardige beslissing om zich bij het Joodse volk aan te sluiten; Kriat Yam Suf (de splitsing van de Zee van Riet) en de oorlog tegen Amalek. De Be’er Yosef zegt ​​dat het begrijpelijk is dat Kriat Yam Suf Yitro inspireerde om zich te bekeren. Het was een gedenkwaardige gelegenheid waarin Gods aanwezigheid door openlijke wonderen werd geopenbaard. De strijd met Amalek was echter veel minder inspirerend – hoewel de Goddelijke Voorzienigheid duidelijk was, was het veel minder wereldschokkend dan de andere wonderen. Bovendien waren er tijden in de strijd waarin Amalek de overhand had, met als gevolg dat deze strijd ‘natuurlijker’ leek dan de andere gebeurtenissen van de Exodus ( Yetsiat Mitzrayim).). Als die al onvoldoende waren om Yitro tot bekering te brengen, hoe zou deze strijd dan nog meer kunnen bewerkstelligen?!

Hij begint zijn antwoord door te erkennen dat het niet de wonderbaarlijke aard van de strijd met Amalek was die Jitro inspireerde. In feite was het juist het nadelige effect dat deze strijd had dat hem ertoe aanzette zich bij het Joodse volk aan te sluiten: de naties van de wereld waren enorm ontroerd door de wonderen van Yetsiat Mitzrayim, zoals er staat in het Lied van de Zee, “Toen werden de oversten van Edom beschaamd, beving grepen de machten van Moab vast, alle inwoners van Kanaän losten op.”[1] Toen Amalek echter aanviel, verminderde dat de gevoelens van ontzag die de wereld had voor de Joodse natie. Ze zagen de Joden nu niet als onoverwinnelijk en hun respect voor Gods volk bekoelde. Dit wordt uitgedrukt door de Wijzen in hun analogie van een kokend heet bad waarin niemand zal springen. Plotseling springt een man erin en verbrand zich, maar hij koelt het water af. [2] Hoewel Amalek verslagen was, hadden ze momenten waarop ze succes hadden, en het zien van zo’n soort gevecht – die meer evenredig leek – slaagde erin de effecten van de wonderen van Yetsiat Mitzrayim te verdunnen. Zo had de aanval van Amalek het tegenovergestelde effect van de wonderen.

Hoe bracht dit alles Yitro ertoe om zich te bekeren? De Be’er Josef vervolgt dat Yitro’s belangrijkste overweging het effect was dat de strijd met Amalek zou hebben op Gods naam in de wereld. Als Amalek niet had aangevallen, dan vond Yitro misschien voldoende om een ​​Noachidische Jood te zijn ( Ben Noach) en had hij de Joden met bewondering gade geslagen en had hij vast gehoopt dat de rest van de wereld hetzelfde zou doen. Na deze aanval voelde Yitro echter de noodzaak om zich publiekelijk bij het Joodse volk aan te sluiten om te laten zien dat de naties nog steeds groot ontzag voor het Joodse volk zouden moeten hebben. Hij was een zeer bekende figuur in de wereld en hij realiseerde zich dat zijn reis van Midian naar de woestijn wijd en zijd zou worden bekeken. Bovendien vertellen de Wijzen ons dat hij veel moeite deed om bekendheid te geven aan zijn aansluiting bij de Joden.[3] De Medrasj zegt ons dat HaShem zelf aan Moshe vertelde dat Yitro’s bedoelingen volkomen zuiver waren. De Be’er Josef legt uit dat de zuiverheid van zijn bedoelingen tot uiting kwam in zijn verlangen om het negatieve effect van Amalek tegen te gaan.

De vraag blijft; slaagde Yitro in al zijn pogingen om Gods Naam te heiligen onder de naties van de wereld. De Zohar antwoordt hierop: “Toen Yitro, die de hogepriester van afgoderij was, zei: ‘Nu weet ik dat God groter is dan alle goden’,[4] toen steeg de eer van de Heilige, Gezegend is Hij, en kreeg Hij heerschappij over alles. Omdat [Yitro] de Heilige, Gezegend is Hij, diende nam iedereen onmiddellijk afstand van hun afgoderij, [want zij] beseften dat er geen waarheid in zat. Toen werd de Naam van de Heilige, Gezegend is Hij, over de hele wereld geheiligd.”[5]

Yitro leerde ons een geweldige les in zijn reis om een ​​Jood te worden. Het is niet genoeg om na te denken over de eigen relatie met God, maar ook hoe je anderen kunt beïnvloeden. In deze geest schrijft Rav Chaim van Volozhin dat we in de Shemoneh Esrei van Rosh Hashana zeggen dat Hashem de ” maaseh ish upekudato ” oordeelt . Maaseh ish betekent het eigen handelen van een persoon, maar waar verwijst ‘ pekudato ‘ naar? Hij legt uit dat elke persoon een invloedssfeer heeft buiten zichzelf, waaronder zijn familie, zijn studenten en alle mensen die met hem in contact komen. De manier waarop hij deze mensen beïnvloedt door zijn eigen acties is ‘ pekudato ‘ en ook op dat gebied wordt hij beoordeeld. Als ze, door zijn gedrag te observeren, leren hun avodat Hashem te verbeteren, dan zal hij veel beloning ontvangen, maar als het tegenovergestelde gebeurt, zal hij worden beoordeeld voor zijn aandeel in hun zonden, net zoals hij voor zijn eigen zonden wordt geoordeeld. [6] De acties van een persoon vinden niet plaats in een vacuüm, we worden altijd opgemerkt door anderen, moeten we ons daarom voortdurend bewust zijn van het mogelijke effect dat we op anderen kunnen hebben zonder zelfs maar rechtstreeks met hen te communiceren. Yitro herkende dit feit en handelde ernaar – dus is hij een lichtend voorbeeld voor ons allemaal.

Rabbijn Yehonasan Gefen

Besef dat een vertaling altijd een vertaling is, daarom ook de verwijzing naar het origineel https://www.aish.com/tp/i/gl/239819841.html

Opmerkingen van Angelique; wat leren wij hiervan?

Een zekere mate van jaloezie kan ik voelen als ik de geschiedenis lees van Yitro. Hij kon de keuze maken om tot het volk toe te treden en op die manier aan de wereld duidelijk maken dat er Eén G-d is. Een keuze die niet voor iedereen mogelijk is. Maar voor een ieder van ons is het wel mogelijk om op onze manier, op onze plek de Naam van G-d groot te maken door een lichtend voorbeeld voor onze omgeving te zijn in onze manier van leven, in het laten zien welke keuzes we maken en door ons vertrouwen op Hem te stellen.


[1]  Sjemot, 15:15 . 

[2]  Sifri, 296, geciteerd door Rashi, D’varim, 25:18 .

[3]  Rasji, Sjemot, 18:6 .

[4]  Sjemot, 18:11 .

[5] Zohar, 2:69a .

[6] Geciteerd in Sefer Cerem HaTzvi van Rav Tzvi Hirsch Farber, Nitzavim, geciteerd in Meorey Tefilla van Rav Immanuel Bernstein, p. 207.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *