Home » Naso – het belang van het individu

Naso – het belang van het individu

Het belang van het individu

Naso (Numeri 4:21-7:89)

Door Rabbi Yehonasan Gefen

Tegen het einde van dit gedeelte beschrijft de Tora uitgebreid de offers van de Nesi’im (Prinsen), op de dag dat de Tabernakel werd geheiligd. Het ongebruikelijke aan dit gedeelte is dat elke prins precies dezelfde offergaven aanbood, maar de Tora beschrijft ze elk afzonderlijk in vrijwel identieke verzen. We weten dat er geen extra woorden in de Tora staan, daarom vragen de commentaren waarom het nodig was om dezelfde informatie 12 keer op te sommen? Waarom kon de Tora de eerste keer niet gewoon de offers noemen en dan gewoon zeggen dat alle andere Nesi’im exact dezelfde offers brachten?

De Darchei Mussar, de Alter van Kelm  beantwoordt deze vraag: [1] Hij schrijft dat de Tora ons gaat leren hoe we ons moeten verhouden tot de uitvoering van mitswot door het individu binnen de Joodse natie. Een persoon kan denken dat wanneer een groot aantal mensen dezelfde mitswa uitvoeren, ze allemaal binnen de groep worden opgenomen en er geen focus is op de uitvoering van de mitswa door elk individu. Dit is echter niet het geval; God is blij met elke afzonderlijke mitswa die elke Jood uitvoert. Dit komt omdat Gods vermogen om van elke Jood te houden en voor hem te zorgen oneindig is en niet wordt belemmerd door het feit dat Hij ook van zoveel andere Joden houdt.

Dienovereenkomstig, in dezelfde mate dat God verheugd was over het offer van de eerste Prins, Nachshon ben Aminadav, was Hij ook verheugd over het aanbod van alle Nesi’im. Daarom achtte de Tora het gepast om elke reeks offers op zich te specificeren. Dit leert een fundamentele les over het Joodse denken in tegenstelling tot dat van andere geloofssystemen. De atheïst kan bijvoorbeeld niet geloven dat elk individu enige intrinsieke waarde heeft. Hij is slechts een van de miljarden mensen die uit vlees en botten bestaan, net als alle andere levende wezens die op een kleine, onbeduidende planeet in een klein zonnestelsel wonen dat zich in een van de miljoenen sterrenstelsels bevindt. Wanneer een atheïst dit geloof tot zijn logische conclusie zou brengen, zou hij een groot gevoel van gebrek aan eigenwaarde voelen omdat hij in totale onbeduidendheid verbleekt.

Daarentegen, volgens de visie van de Tora, is elke persoon van oneindige waarde omdat hij geliefd is door God. Dit wordt uitgedrukt in een aantal rabbijnse bronnen: De Misjna in Pirkei Avot zegt: “De mens is geliefd omdat hij werd geschapen naar het beeld [van God]…”[2] Deze Misjna leert ons dat aangezien ieder mens een ziel is, hij God dierbaar.

De Mishna in Sanhedrin is zelfs nog explicieter over het individuele belang van ieder mens. Het bespreekt waarom van alle levende wezens alleen de mens alleen werd geschapen, terwijl alle andere wezens in grote aantallen werden geschapen. De Mishna legt uit: “De mens is alleen geschapen om te leren dat over wie één ziel uit Israël vernietigt, de Tora dit beschouwt alsof hij een hele wereld heeft vernietigd. En over wie een ziel uit Israël redt,  zegt de Tora dat dat wordt gezien alsof hij de hele wereld heeft gered.”[3]

Deze bronnen benadrukken de grote waarde van elk individu en leren ons de logische consequenties van dit geloof. Ten eerste moet men, zoals we hierboven hebben besproken, zijn eigenwaarde realiseren. Maar bovendien leert dit ons dat niemand onbeduidend is in de ogen van God, en daarom is elke persoon verplicht om iedereen op deze manier te bekijken en hen dienovereenkomstig te behandelen.

We hebben gezien hoe de Tora veel moeite deed om de offers van 12 Nesi’im op te sommen om te leren dat God om de daden van elk individu geeft. Dit maakt het onze plicht om onszelf te respecteren en anderen te behandelen met het respect dat hen toekomt. Er is één uiteindelijke uitkomst van deze leerstelling van het Jodendom; aangezien God om elke actie geeft die elke persoon onderneemt, moet elke persoon een scherp gevoel van verantwoordelijkheid voor zijn acties ontwikkelen. In deze geest schrijft de Rambam dat elke persoon de wereld constant moet zien als  op een weegschaal van mitswot versus zonden en dat elke mitswa die hij doet de weegschaal ten goede kan doen doorslaan en dat elke zonde die hij begaat het tegenovergestelde effect kan hebben. Dit zou ons moeten doordringen van de erkenning van het belang van elke actie die we ondernemen.

Rabbijn Yehonasan Gefen

Besef dat een vertaling altijd een vertaling is, daarom ook de verwijzing naar het origineel: https://aish.com/155622505/

Opmerkingen van Angelique; wat leren wij hiervan?

Dat God alles wat we doen naar Zijn wil, Hem dierbaar is en niet verloren laat gaan in de massa. Dat het zelfs van zulke grote waarde kan zijn, dat het de wereld als geheel naar de positieve kant van de weegschaal kan brengen, hoe klein onze daad ook is. Het leert ons ook dat wij oog moeten hebben voor het goede wat andere mensen doen. Want die weegschaal geldt ook voor hun daden. Hun daden moeten we niet als vanzelfsprekend ervaren, maar we moeten er aandacht voor hebben en het waarderen. Want hoe gemakkelijk mopperen we op mensen als ze iets niet goed doen, en hoe snel vergeten we hun te bedanken of te complimenteren bij iets goeds.


[1] Lekach Tov, Nasso.

[2] Avot, 3:18.

[3] Sanhedrin, Ch. 4, Misjna 5.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.