Home » Sjelach – Spieden naar ons hart

Sjelach – Spieden naar ons hart

Spieden naar ons hart

Sjelach Lecha (Numeri 13-15)

Door Rabbi Yehonasan Gefen

‘En zij zullen tzitzit voor u zijn, en gij zult het zien en gij zult alle geboden van HaSHem gedenken en uitvoeren; en gij zult niet spieden (loh taturoo) achter uw hart en na uw ogen, waarna gij afdwaalt.[1]

De parsja eindigt met de derde alinea van de Shema. Die paragraaf bespreekt de mitswa van Tzitzit en gaat verder met een andere fundamentele mitswa –  om onze harten en ogen niet te volgen. De Sifri gaat dieper in op de betekenis van deze woorden. Het verklaart dat het volgen van iemands hart verwijst naar ketterij, terwijl het volgen van iemands ogen verwijst naar immoraliteit.[2] Het eenvoudige begrip van de Sifri met betrekking tot het volgen van iemands hart is dat dit de bron is voor het verbod op het aanhangen van overtuigingen die tegengesteld zijn aan de Tora.

Rav Yitzchak Berkovits wijst erop dat er een grote moeilijkheid is met dit begrip. Zonder de mitswa van ‘loh taturoo‘ zijn er een aantal mitswot in de Tora die ketterse overtuigingen verbieden: In het eerste van de Tien Geboden gebiedt de Tora ons te geloven dat God de enige Macht is, die Almachtig is, Die het hele universum geschapen heeft en in stand houdt, en geen begin of einde heeft. [3]De volgende mitswa spoort ons aan om geen andere goden te volgen, wat betekent dat we geen enkele onafhankelijke macht kunnen toeschrijven aan welke kracht in de wereld dan ook.[4] In de mitswa van ‘Shema’ gebiedt de Tora ons verder om in de Eenheid van God te geloven.[5] De houdingen die de Tora in deze mitswot verbiedt, zijn de belangrijkste overtuigingen die ketterij vertegenwoordigen. Het lijkt er dus op dat de Tora ons al voldoende heeft geïnstrueerd om ketterse overtuigingen te vermijden. Wat voegt de mitswa van loh taturoo daar aan toe?

Rav Berkovits antwoordt dat de andere mitswot ons instrueren om fundamentele filosofische ideeën op intellectueel niveau te hebben; een mens moet bijvoorbeeld intellectueel geloven dat er één God is die de wereld heeft geschapen. Een intellectueel besef is echter niet altijd voldoende om ervoor te zorgen dat een persoon zich zal houden aan de fundamentele leerstellingen van het Joodse denken. Een persoon kan deze waarheden intellectueel herkennen, maar zijn emoties of zijn fysieke verlangens kunnen ervoor zorgen dat hij in strijd met zijn overtuigingen handelt. In deze geest vertellen de Rabbijnen ons dat een persoon alleen zondigt wanneer een ruach shtut (geest van irrationaliteit) in hem binnenkomt. Dit betekent dat zijn acties in tegenspraak zijn met wat hij rationeel als waar weet. De mitswa van ‘loh taturoo‘ gebiedt ons deze valkuil te vermijden. Door ons te vertellen dat we niet ons hart moeten volgen, instrueert de Tora ons niet toe staan dan onze emoties ons ertoe brengen te handelen tegen wat wij intellectueel als waarheid erkennen.

Dit wil niet zeggen dat de Tora emoties in een negatief daglicht ziet. Dit is zeker niet het geval en er is veel ruimte voor het uiten van emoties in de Tora. Wanneer emoties echter niet via het intellect worden gekanaliseerd, kunnen de gevolgen desastreus zijn. De Tora is het vat waardoor we geacht worden ons intellect te vormen en onze emoties te filteren door een prisma van de Tora-visie.[6]

Het incident van de spionnen geeft ons voorbeelden van de juiste en onjuiste benaderingen met betrekking tot het volgen van iemands hart. Ook hier wordt het stamwoord ‘latur‘ (om te spieden) gebruikt door de Tora. God droeg Mozes op om mensen te sturen om het land te bespioneren. Mozes instrueerde de spionnen naar welke kenmerken ze in het land moesten zoeken. Onder zijn instructies zei hij dat ze moesten letten op de opbrengst van het land, om te zien of het vruchtbaar was of niet.[7] Hij droeg hen verder op om er rekening mee te houden of er een rechtvaardige man in het land was, wiens verdienste de mensen daar kon beschermen.[8] Met deze richtlijnen zinspeelde Mozes op de spionnen dat zij het land met een bepaalde gezindheid moesten observeren, een die gebaseerd was op de Tora-visie. Hij zei hen dat ze alles wat ze zagen met geestelijke ogen moesten bekijken, zodat grote vruchten in een positief licht zouden worden gezien en dat de betekenis van rechtvaardige mensen daar een belangrijke factor was.

Helaas gaf de meerderheid van de spionnen geen gehoor aan Mozes’ instructies. Ze zagen inderdaad grote vruchten, maar ze kozen ervoor om het op een negatieve manier te interpreteren en brachten de boodschap over dat dit aantoonde dat het land vreemd was omdat het te grote vruchten produceerde.[9] Zij maakten zich schuldig aan een verdere verkeerde interpretatie toen zij een groot aantal begrafenissen in het land zagen plaatsvinden. Ze gebruikten dit om aan te tonen dat het land zijn inwoners vernietigde, terwijl God in werkelijkheid grote aantallen doden veroorzaakte, zodat de mensen bezig zouden zijn met begrafenissen en de spionnen niet zouden opmerken. [10] Wat was de oorzaak van hun scheve houding? Ze vielen ten prooi aan de valkuil van het volgen van hun emoties. Ze hadden geen vertrouwen in God en voelden daarom angst bij het vooruitzicht om het land Israël binnen te moeten gaan. Vanwege deze gebrekkige houding bekeken ze alles wat ze zagen door een vervormde visie. [11] De enige spionnen die deze test overwonnen waren Kalev en Jozua. Ze bekeken alles wat ze zagen op een positieve manier omdat ze sterk waren in hun vertrouwen in God – dit weerhield hen ervan toe te staan dat enige angst die zij misschien hadden, zou overwinnen wat zij wisten dat waar was.

We hebben gezien hoe de Tora de les van de spionnen verbindt met de Mitswo van ‘loh taturoo‘. De tien spionnen die gezondigd hebben, geven ons het voorbeeld van hoe achter iemands hart aan gaan leidt tot zonde en uiteindelijk ketterij.[12] De Tora geeft nog een les over hoe we de valkuil kunnen vermijden om wat we zien op een schadelijke manier te interpreteren. In hetzelfde vers waarin de Tora ons vertelt, ‘loh taturoo‘, bespreekt het de mitswa van tzitzit. ‘En zij zullen voor u tzitzit zijn, en gij zult het zien en gij zult alle geboden Gods gedenken en uitvoeren; en gij zult niet spieden achter uw hart en na uw ogen, waarna gij afdwaalt.”[13] Het vers vertelt ons dat tzitzit ons op de een of andere manier aan de mitswot zal herinneren en dit zal ons op zijn beurt in staat stellen om te voorkomen dat we ons hart en onze ogen volgen. Wat is het verband tussen tzitzit en ‘loh taturoo‘? Rashi wijst erop dat tzitzit ons doet denken aan de 613 mitswot omdat de gematria [14]van ‘tzitzit’ 600 is; bovendien zijn er acht snaren en vijf knopen – het totaal van deze drie cijfers is 613. Op deze manier wordt een persoon verondersteld door naar tzitzit te kijken door deze opeenvolging van gedachten te gaan die hem ertoe zal brengen de tzitzit te verbinden met de 613 mitswot. Het voor de hand liggende probleem hiermee is dat de meeste mensen tzitzit zullen zien en er niet in slagen om de verbinding te maken die de Tora lijkt te verwachten dat ze zouden moeten maken. Het zou effectiever geleken hebben om te gebieden om op dat tzitzit een grote “613” te schrijven, zodat iedereen automatisch aan de 613 mitsvot herinnerd zou worden als ze het zouden zien. Het antwoord is dat de Tora ons leert dat men ernaar moet streven het soort persoon te zijn dat de wereld op zo’n manier ziet dat een alledaags kledingstuk zoals tzitzit hem tot een opeenvolging van gedachten zal leiden die hem zal herinneren aan de 613 mitswot. Wanneer een persoon zichzelf op dit niveau brengt, zal hij als gevolg daarvan in staat zijn om de mitswa van ‘loh taturoo‘ in acht te nemen, omdat hij de wereld niet op een scheve manier zal zien op basis van zijn emoties, maar eerder met spirituele ogen zal zien.

We hebben gezien dat een constant thema van het Tora-gedeelte is dat de manier waarop een persoon denkt, een beslissende rol zal spelen in hoe hij interpreteert wat hij ziet. Het is geen gemakkelijke taak om het soort persoon te worden dat alles met spirituele ogen ziet, maar de eerste fase is om ernaar te streven iemands intellect en emoties in overeenstemming te brengen met de richtlijnen van de Tora. Hoe meer een persoon verzadigd is met de leringen van de Tora, hoe meer hij in staat zal zijn om Kalev en Jozua na te volgen.

Rabbijn Yehonasan Gefen

Besef dat een vertaling altijd een vertaling is, daarom ook de verwijzing naar het origineel: Spying After Our Hearts – aish.com

Opmerkingen van Angelique; wat leren wij hiervan?

Zelfanalyse is inderdaad hiervoor erg belangrijk. Mijn eerste reactie was zondigen terwijl je weet dat het een zonde is, dat doe je toch niet. Voor grote dingen als moord enz. vind ik dat heel duidelijk. Maar als het om kleinere zaken gaat…we hebben ons lichaam gekregen om er goed voor te zorgen zodat we in staat zijn om de wil van de Eeuwige te kunnen uitvoeren. Eén van de dingen die we moeten doen is gezond eten, en hoewel ik dat weet…is er vaak wel een hele goede reden om toch maar te nemen wat extra lekker ( dat wil zeggen ongezond is) is en er is altijd wel een stemmetje die bedenkt waarom dat voor “één” keer wel kan. Toch weet je op dat moment eigenlijk best dat het niet goed is….dus het onderscheid tussen deze twee vormen van zonden vind ik eigenlijk nog niet eens zo heel makkelijk om goed van elkaar te scheiden. Dus inderdaad zelfanalyse, waarom doe je dingen…


[1] Sjelach, 15:38.

[2] Sifri, Sjelach, 15:38

[3] Yisro, 20:2.

[4] Yisro, 20:3.

[5] Va’eschanan, 6:4.

[6] Zie ‘The Six Constant Mitzvos’, Artscroll, Mesora, een sefer gebaseerd op de shiurim van Rav Berkovits op de Six Constant Mitzvos voor meer informatie over dit onderwerp.

[7]  Sjelach, 13:20.

[8] Rashi, Shelach, 13:20.

[9] Rashi, Sjelach, 13:23.

[10] Zie Birchas Peretz van de Steipler Gaon, zt”l die uitlegt waarom hun interpretatie onlogisch was.

[11] Dit is de eenvoudige verklaring van de zonden van de spionnen. Voor diepere uitleg, zie Ramban, Sfas Emes en Ben Yehoyada (besproken in mijn andere essay over Parshas Shelach).

[12] Zie Rashi, Shelach, 13:31 en 14:4, die aantoont dat de spionnen ketterse opvattingen aanhingen en het volk hetzelfde deden.

[13] Sjelach, 15:38.

[14]  Numerieke waarde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *