Home » Pinchas – Simon en Levi

Pinchas – Simon en Levi

Simon en Levi

Pinchas (Numeri 25:10-30:1)

 

Door Rabbi Yehonasan Gefen

Het Tora-gedeelte begint met God die Pinchas enorm beloont voor zijn ijverdaad bij het doden van Zimri en Cozbi die een ernstige zonde begingen. Pinchas was van de stam van Levi, terwijl Zimri van de stam van Shimon was. Dit is niet de eerste keer in de Tora dat deze twee stammen met elkaar in verband brengt – Rav Yaakov Kamenetsky geeft een verhelderend verslag van de geschiedenis van deze twee stammen en hoe ze zich op zulke verschillende manieren ontwikkelden.[1]

In Vayishlach wordt ons verteld hoe Sichem Dina ontvoerde. Alle broers spanden samen om haar terug te brengen; hun plan was om de mensen van Sichem ervan te overtuigen om de besnijdenis uit te voeren en dan zouden ze Dina komen halen, terwijl de mensen nog aan het herstellen waren. Shimon en Levi planden echter een meer drastische manier van handelen; ze geloofden dat alle inwoners van Sichem schuldig waren voor hun aandeel in de ontvoering van Dina en zij besloten om de hele stad uit te roeien om haar te redden. Jacob was het absoluut niet eens met hun handelwijze, uit angst dat dit de reputatie van zijn familie enorm zou schaden. Shimon en Levi verdedigden hun acties en zeiden: “Moet onze zus als een hoer worden behandeld?!”

Pas vele jaren later gaf Jacob zijn laatste berisping aan de twee broers. In Vayechi bekritiseerde hij, in zijn zegeningen, zijn zonen Shimon en Levi vanwege hun impulsiviteit. Bovendien strafte hij hen, zeggende: “Ik zal hen scheiden in Ja’akov en hen verspreiden binnen Yisroel.”[2] De eenvoudige opvatting van deze straf is dat het doel was om de twee broers te scheiden om hen te behoeden voor verder geweld. Rav Kamenetsky merkt echter op dat Rashi een andere verklaring geeft – dat Shimon en Levi sofrim zullen zijn ( mensen die Tora-rollen, tefillien en mezoezot schrijven) en Tora-leraren van kinderen die van stad naar stad zullen reizen om de heilige voorwerpen te repareren en om Tora-les te geven aan het Joodse volk.[3]

Waarom werd het toekomstige Tora-onderwijs van het Joodse volk opzettelijk in handen van Shimon en Levi gelegd; wat is hier de maat voor maat?

Hij antwoordt dat Jacob zag dat ze een positieve karaktereigenschap bezaten die de andere broers niet hadden. Hij herkende hun motivatie om Sichem te vernietigen: ze waren bereid hun hele leven op het spel te zetten om de eer van hun zus te verdedigen. De andere broers zagen ook de verschrikkelijke situatie waarin Dina zich bevond, maar alleen Shimon en Levi voelden de pijn alsof het hun eigen pijn was. Rav Kamenetsky schrijft: “Jaakov zag dat hun acties voortkwamen uit een innerlijke pijn en oprechte empathie met de pijn van een ander, en dit motiveerde hen tot een brandende ijver die grenzeloos was… Alleen mannen met dit karakter, die de pijn voelen van hun medemens alsof het hun eigen pijn is – alleen zij zouden voldoende zelfopoffering tonen en hun fysieke hulpbronnen opgeven, om van stad naar stad te zwerven om de Tora van God te verspreiden’ onder de kinderen van Bnei Yisroel .”

Hoewel Shimon en Levi hun ijver verkeerd gebruikten bij het incident met Sichem, zag Jacob in die eigenschap een potentieel dat voor een zeer positief doel kon worden gebruikt, namelijk het verspreiden van de Tora onder het Joodse volk. In het gedeelte van deze week zien we echter hoe de afstammelingen van deze twee zonen van Jacob heel verschillende paden volgden: Pinchas, een lid van de stam van Levi, was in staat zijn ijver te kanaliseren om de wil van God te doen – zijn daad van geweld bracht een einde aan de plaag die duizenden mensen het leven kostte. God beloonde hem hoog om te laten zien dat Hij erkende dat Pinchas puur ter wille van de hemel handelde. Zimri, een prins van de stam van Shimon, drukte echter de ijver van zijn voorouder uit op een verboden manier, door grenzen te doorbreken die de Tora verbood. Hoe zijn deze twee stammen zo drastisch uit elkaar gegroeid?

Rav Kamenetsky legt uit dat terwijl de meeste van Klal Yisroel slaven waren in Egypte, de stam van Levi vrij was om de Tora te leren. Het was deze periode van internalisering van de Tora-waarden die de Levieten in staat stelde hun ijver op de juiste manier te kanaliseren. Daarentegen hadden de leden van de stam van Shimon nooit de kans gehad om de Tora op dezelfde manier te leren. Bijgevolg was hun ijver zonder leiding en uitte zich daarom op verboden manieren.

Een essentiële les die uit Rav Kamenetsky’s uitleg kan worden afgeleid, is het nieuwe begrip van hoe ijver zich zou moeten uiten. Ware ijver zou iemand een enorm gevoel van pijn moeten bezorgen wanneer mensen zich op een verfoeilijke manier gedragen. De grote Tora-figuur, de Alter van Kelm zt’l bracht dit gevoel zijn hele leven tot uitdrukking: op een keer zagen hij en een andere rabbijn een Jood hooi uit een niet-Joodse wagen nam. Daarna was de Alter bedroefd en liep hij de hele dag rond met een lang gezicht. Die avond vroeg de andere rabbijn wat er aan de hand was. De Alter leek verbaasd over de vraag. “Hoe kan een persoon in vrede zijn als hij zoveel zonde in de wereld ziet?” (4) Naast het voelen van pijn bij dergelijk gedrag, moet hij zichzelf motiveren om te proberen het probleem op gepaste wijze recht te zetten. De grote leiders van het Joodse volk volstonden niet met het uiten van pijn over gebieden waar iets aan mankeerde, maar zij deden wat zij nodig achtten om de situatie te verbeteren – moge het ons allen verdienstelijk zijn van hen te leren en te helpen bij het oplossen van de talrijke problemen waarmee het Joodse volk op dit moment wordt geconfronteerd, of het nu gaat om massale assimilatie, armoede of de dreiging tegen de Staat Israël.

Rabbijn Yehonasan Gefen

Besef dat een vertaling altijd een vertaling is, daarom ook de verwijzing naar het origineel: https://aish.com/125288838/

Opmerkingen van Angelique; wat leren wij hiervan?

Je met hart en ziel inzetten voor de goede zaak, werpt alleen zijn vruchten af als je hart en ziel verbonden zijn aan de medemens om wie het gaat en niet als het vooral gaat om je eigen hart en ziel om op die manier je ego te voeden. Want daar waar je je eigen ego laat groeien is er geen plaats meer van G-d en Zijn Tora.


[1] Emes leYaakov, Vayishlach, p.188-9. Vayechi, blz. 237-8.

[2]. Vayechi, 49:7.

[3] Emes LeYaakov, Vayishlach, ibid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.