Home » PARSHAT VAYIGASH: Het ware zelf ontmoeten

PARSHAT VAYIGASH: Het ware zelf ontmoeten

Genesis 45:1-5

בס”ד

1 Toen kon Jozef zich niet bedwingen voor allen, die bij hem stonden, en hij riep: “Laat iedereen van mij weggaan. En er stond niemand bij hem, terwijl Jozef zich aan zijn broeders bekend maakte. 2 En hij weende luid; en de Egyptenaren hoorden het, en het huis van Farao hoorde het. 3 En Jozef zei tot zijn broeders: “Ik ben Jozef; leeft mijn vader nog? En zijn broeders konden hem geen antwoord geven, want zij schrokken van zijn aanwezigheid. 4 En Jozef zei tot zijn broeders: ‘Kom tot mij, ik smeek u.’ En zij kwamen naderbij. En hij zei: ‘Ik ben Jozef, uw broer, die u naar Egypte hebt verkocht. 5 En nu wees niet bedroefd, noch boos op jezelf, dat je mij hierheen hebt verkocht; want God heeft mij vóór je gezonden om het leven te behouden (Genesis 45:1-5).

Ik kon het niet helpen een bepaalde opeenvolging van gebeurtenissen op te merken in deze geschiedenis van Jozef en zijn broers, die culmineert in deze verzen.

Zij veranderden niet van naam, taal of kleding.

Maar voordat we dat bespreken, is er een ander punt dat onze aandacht verdient.  De Wijzen vertellen ons dat de Joden uit Egypte werden verlost omdat zij, hoewel zij volledig waren opgegaan in het Egyptische sociologische landschap, en een verderfelijke slavenmentaliteit hadden ontwikkeld, hun namen, hun taal of hun wijze van kleden niet veranderden (zie Jalkoet Sjimoni op Parsjat Emor). Zij hadden het laagste niveau van geestelijke onreinheid bereikt door hun contact met de Egyptische cultuur en afgoderij; vrijwel alle andere aspecten van hun spiritualiteit waren verdwenen.  Toch werden de Joden door de verdienste van deze drie punten verlost.

Yosef HaTzaddik veranderde zijn naam, taal en kleding.

Daarentegen zien we dat Jozef juist op deze drie gebieden volledig Egyptisch was geworden.  Als onderkoning van Egypte stond hij bekend als Tzafnat Pa’ane’ach (“Verborgen Gezicht”). Hij sprak de Egyptische taal, zoals blijkt uit zijn gebruik van een vertaler tijdens zijn gesprekken met zijn broeders; zijn uiterlijk was dat van een Egyptenaar, zoals het vers zegt: “en hij schoor zich, en hij verwisselde zijn kleren, en kwam tot Farao” (Genesis 41:14).  Toch wordt hij aangeduid als Yosef HaTzaddik, die ogenschijnlijk het hoogste niveau van heiligheid bereikte, en voortdurend zijn relatie met G-d versterkte te midden van Egypte.

Tzafnat Pa’ane’ach, werd steeds eenzamer.

Maar er is een prijs verbonden aan het verborgen blijven achter een mom van dominantie en mysterie.  Het is ongelooflijk om in deze Torah-gedeelten getuige te zijn van de verwezenlijking van Jozefs droomvoorspellingen. Ja, al zijn broers kwamen uiteindelijk en bogen voor hem. In feite kwam de hele bekende wereld om zich voor Jozef neer te buigen en werd volledig afhankelijk van hem. Maar het verhaal over de vervreemding van familieleden van elkaar is moeilijk te verdragen.  Naarmate Jozef de afstand tussen hemzelf en zijn broers vergrootte, en steeds meer van zijn gezag over hen uitoefende, werd hij eenzamer en eenzamer, en moest hij de kamer verlaten om te huilen over de enorme schat aan verzoening en liefde die in potentie voor hem lag te wachten, maar ontoegankelijk bleef zolang hij Tzafnat Pa’ane’ach was.

Vanuit het perspectief van de broers was het, tot dit punt, een pijnlijk en beangstigend verhaal van intriges en bedrog.  Hoewel zij aanvoelden dat het hen overkwam als een straf voor de wreedheid die zij hun jongere broer betoonden, werden zij getroffen door wat aanvoelde als een reeks ongelukken en verraad.  Het leek wel toeval, zonder dat er een reden was voor wat er gebeurde.

De openbaring van je ware zelf als voorwaarde voor ware relaties

Toen stapte Jozef van achter zijn gouden ketting vandaan, en onthulde zijn ware ik aan zijn broers, en zijn pijn – in hun taal.  Onmiddellijk was hij in staat om te zeggen: “En wees nu niet bedroefd, noch boos op jezelf, dat je mij hierheen hebt verkocht, want G-d heeft mij voor je gestuurd om het leven te behouden” (Ibid., 45:5).  Wat we hiervan kunnen leren is dat de openbaring van iemands ware zelf een voorwaarde is om in een echte relatie te komen met zichzelf, en met de mensen om hem heen.  En deze echtheid, deze authenticiteit, is een springplank voor een bewustzijn van en verbinding met G-d Zelf.

Mogen wij allen gezegend zijn om achter deze maskers die wij dragen vandaan te stappen, om ons kostbare ware zelf te delen met de mensen om ons heen, en, als wij daarmee in orde zijn, de oprechte relatie met G-d te ervaren die op ons wacht.

Geschreven door Rabbi Tani Burton

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *