Home » Parshat Shemot: De koning die Jozef niet kende

Parshat Shemot: De koning die Jozef niet kende

Februari 8-14, 2023 Exodus 1:1-6:1

Door Rabbi Tani Burton

Een nieuwe koning?

Wat is de betekenis in het gegeven dat de “nieuwe koning verrees, een koning die Josef niet kende” (Exodus 1:8)?

Er zijn twee Goddelijke Eigenschappen, persoonlijkheidskenmerken van G-d, die ons duidelijk worden door de manier waarop Hij de gebeurtenissen in de wereld leidt. Eén daarvan wordt aangeduid als יסוד, yesod, “stichting”, en een andere wordt aangeduid als מלכות, malchoet, “koningschap”.

Hoewel Jozef technisch gezien de onderkoning was en niet de feitelijke koning van Egypte, gaf de Farao van zijn tijd hem zoveel macht dat het enige verschil tussen hem en de Farao de “troon” was, de eigenlijke titel. In alle andere opzichten was Jozef verantwoordelijk voor het besturen van het grote Egyptische rijk. Jozefs profetische vermogen om Farao’s droom te interpreteren, gecombineerd met zijn wijsheid, stelde hem in staat het volk van Egypte en de omringende landen te helpen zich door een hongersnood heen te slaan en te overleven. Farao herkende Jozefs uniciteit als wijs en heilig leider en verbaasde zich over zijn scherpzinnigheid: “Is er zo iemand als deze, een man vervuld van de Geest van G-d?” (Genesis 41:38). (Genesis 41:38), en “Daar G-d u dit alles bekend heeft gemaakt, is er niemand zo scherpzinnig en wijs als jij. (ibid., vers 39).

Enkele generaties later is er een “koning die Jozef niet kende”. Deze koning wees een minderheidsgroep (volk) binnen zijn rijk aan voor slavenarbeid. Hij bedacht een manier om hun geboortecijfer onder controle te houden met een plan om al hun mannelijke kinderen te doden. Hij onderwierp hen aan עבודת פרך, avodat parech, zware arbeid (Exodus 1:13). Hier moeten we onderscheid maken tussen handenarbeid, die, hoewel moeilijk, het lichaam in staat stelt om sterker en bekwamer te worden. Avodat parech daarentegen is een soort arbeid die de capaciteiten van het lichaam volledig overweldigt, waardoor het uit elkaar valt (Rashi, ibid.)

Als we de twee koningen vergelijken, ontdekken we dat de ene de hele bevolking in stand houdt door al haar middelen in te zetten ten behoeve van iedereen, terwijl de andere de macht vergroot ten koste van zijn onderdanen. Hij bouwt zijn rijk op (Egypte was op zijn hoogtepunt in deze historische periode), maar hij doet dat over de ruggen van zijn volk. De derde koning is nog erger; “wie is G-d dat ik naar hem zou luisteren?” Terwijl kan worden betoogd dat natuurlijk Jozef, en zelfs de opvolger van Farao zich bewust waren van G-d, heeft de derde koning in het Tora-gedeelte van deze week niet alleen geen bewustzijn van G-d, maar is hij van het type dat goddelijkheid aan zichzelf toeschrijft in zijn rol als leider.

De Goddelijke Eigenschappen: Yesod en Malchoet

Terugkerend naar het onderwerp van de Goddelijke Eigenschappen, de eigenschap yesod vindt zijn beschrijving in het vers, “voor alles wat in de Hemel en op de aarde is” (I Kronieken 29:11). Let op de communicatie tussen hemel en aarde. Het attribuut yesod is als een pijplijn die Hemel en aarde verbindt, een kanaal als het ware, waardoor G-d voedsel naar Zijn wereld stuurt. Het concept van een tzaddik is gerelateerd aan de eigenschap yesod, die persoon die vanwege zijn heiligheid mensen met G-d verbindt, en fungeert als een kanaal van G-ds zegeningen naar iedereen. Als doorgeefluik is yesod als een nek, het lichaamsdeel dat nodig is om voedsel, lucht en water in het lichaam te brengen om te overleven.

De Goddelijke Eigenschap malchoet, “koningschap”, spreekt voor zich.

Jozef belichaamde het attribuut yesod. Als zo iemand de leiding heeft, wordt de wereld onderhouden en verzorgd. De overvloed die uit de hemel neerdaalt, wordt perfect verdeeld om iedereen te ondersteunen. Thoretisch gezien vertegenwoordigt elke koning G-ds goddelijke eigenschap van het koningschap. Zo vervulde de Farao van Jozefs tijd deze rol. De combinatie van yesod en malchoet orkestreerde een bijna perfecte regeringsvorm, waarin alle onderdanen worden ondersteund. Jozef zegt over zijn eigen tegenslagen, dat hij, ondanks de tragedie dat hij door zijn broers was verkocht, “gezonden was om het leven te onderhouden” (Genesis 45:5).

Maar toen de opvolger van Farao, die Jozef niet kende, koning werd, werd de synthese van yesod en malchoet ongedaan gemaakt, hun functies losgekoppeld. Op dat moment is er een blokkade in de “nek” aan de ene kant, en macht omwille van de macht aan de andere kant, waardoor het volk verschrikkelijk lijdt. Levensmiddelen worden niet langer verdeeld, maar opgeslagen voor hen die zich boven anderen verheven hebben, vandaar de “voorraadsteden voor Farao” (Exodus 1:11). Vergelijk deze met de graansilo’s die Jozef had gebouwd om Egypte door de naderende jaren van hongersnood heen te helpen.

Let op het woord Farao, in het Hebreeuws gespeld als פרעה. Wanneer de letters worden gehusseld, wordt het העורף, wat betekent “de achterkant van de nek”, wat wijst op een kracht die het kanaal van voedsel controleert, door het te openen en de stroom te vergemakkelijken, of af te sluiten. Wanneer de leider een tzaddik is, staat de “nek” wijd open om datgene binnen te brengen wat het lichaam in stand houdt; wanneer het leiderschap wordt geholpen door mensen die niet verbonden zijn met G-d, wordt het kanaal geblokkeerd. Er zijn veel verschillende bestuursmodellen, en voor elk daarvan zijn argumenten aan te voeren. Maar één ding is zeker, als de mensen die op de zetel van de macht zitten G-dvrezend zijn, zal het leiderschap iedereen ten goede komen, en als ze dat niet zijn, wordt de regering het instrument van onderdrukking.

De Heilige Tempel: de nek van de wereld?

De Heilige Tempel wordt de “nek van de wereld” genoemd. Wanneer Jozef en Benjamin worden herenigd, vallen zij op elkaars nek en wenen. Rashi vertelt ons daar dat zij huilden over de uiteindelijke vernietiging van de Tempels die zouden staan en vallen in hun respectievelijke erflanden (Genesis 41:14; Rashi, loc. cit). De Tempel is een “hals”, want ook zij is een kanaal dat de Hemel met de aarde verbindt, een ruimte waardoor gebeden opstijgen naar G-d, en waardoor G-d Zijn Goedheid schenkt aan de wereld. Mogen wij gezegend zijn om de vreugde te ervaren van de dag waarop dit kanaal snel wordt heropend, in onze tijd, amen.

Door Rabbi Tani Burton 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *