2 Noachieden en Tora-Studie

Mogen of moeten Noachieden de Tora bestuderen is de vraag die we in dit hoofdstuk willen gaan onderzoeken. Maar voordat we deze vraag kunnen beantwoorden moeten we eerst kijken naar wat er onder Tora-studie wordt verstaan.

2.1 Wat is Tora-studie

2.1.1 De Geschreven Tora

Het eerste waaraan de meeste mensen zullen denken bij Tora-studie is het lezen en bestuderen van de 10 geboden – ook wel de 10 uitspraken genoemd. Het tweede waar mensen wellicht aan denken zijn de eerste 5 boeken van de Tenach.[1] Deze vijf boeken tezamen worden Chumash[2] genoemd. In de Chumash zijn onder andere de 10 uitspraken, de ontstaansgeschiedenis van de wereld en de ontstaansgeschiedenis van het Joodse volk opgeschreven. De Chumash is het fundament van het Joodse geloof en studie.

De Chumash is uniek omdat ze direct door G-d gecommuniceerd is aan Mozes aan het volk Israël bij de berg Sinaï. Deze openbaring berust dus op een openbare ervaring van het Israëlische volk. Hoewel het mogelijk zou kunnen zijn om bij een profeet te zeggen dat het zijn eigen woorden zijn, maakt deze openbare ervaring van een heel volk duidelijk dat de Chumash en de 10 uitspraken direct afkomstig zijn van G-d.[3]

Het woord Tora-studie wordt echter ook gebruikt als het gaat om het bestuderen van de Profeten of de Poëtisch Geschriften. Er waren veel meer profeten in Israël dan de profeten die zijn opgetekend in de Tenach. Alleen de woorden van de Profeten die voor alle generaties een boodschap hebben zijn opgetekend. De Profeten laten zien wat er gebeurd als het volk Israël zich houdt aan de Wil van G-d en wat er gebeurd als dat niet zo is. Het laat zien wat de G-ddelijke voorzienigheid en vergelding inhoudt, het spreek over de toekomstige verlossing en over hoe berouw te hebben.[4] De Poëtische Geschriften laten de emotionele uitwerking zien van het volk Israël of een individueel mens in relatie tot G-d, Tora en medemens.[5]

Tenach wordt de Geschreven Tora; Torah She’bichtav genoemd, omdat zoals het woord zegt deze 24 boeken allemaal werden opgeschreven.[6]

 

In Psalm 19:8 lezen we:

תּ֘וֹרַ֤ת יְ”הֹוָ֣ה תְּ֭מִימָה

De Tora van HaShem[7] is perfect.

Als iets perfect is, zou het geen vragen moeten opleveren. Bij het lezen van de Tora zou alles volledig duidelijk moeten zijn. We zien echter dat er teksten zijn die een duidelijke uitleg behoeven.  

Hieronder drie voorbeelden van teksten die niet duidelijk zijn en voor vragen zorgen.

Tekst 1:

לְךָ֨ לְא֜וֹת עַל־יָדְךָ֗ וּלְזִכָּרוֹן֙ בֵּ֣ין עֵינֶ֔יךָ לְמַ֗עַן תִּהְיֶ֛ה תּוֹרַ֥ת יְ”הֹוָ֖ה בְּפִ֑יךָ כִּ֚י בְּיָ֣ד חֲזָקָ֔ה הוֹצִֽאֲךָ֥ יְ”הֹוָ֖ה מִמִּצְרָֽיִם׃

“En dit zal u dienen als een teken op uw hand en als een herinnering op uw voorhoofd * – opdat de Leer van HaShem in uw mond moge zijn – dat u met machtige hand uit Egypte heeft bevrijd.” (Exodus 13:9)

Hier wordt gesproken over de gebedsriemen, maar nergens wordt verteld hoe de gebedsdoosjes van arm of het hoofd eruit moeten zien, welke teksten ze moeten bevatten, van welk materiaal ze gemaakt moeten worden enz.

Tekst 2:

וְי֨וֹם֙ הַשְּׁבִיעִ֔֜י שַׁבָּ֖֣ת ׀ לַיהֹוָ֣ה אֱלֹהֶ֑֗יךָ לֹֽ֣א־תַעֲשֶׂ֣֨ה כׇל־מְלָאכָ֜֡ה אַתָּ֣ה ׀ וּבִנְךָ֣͏ֽ־וּ֠בִתֶּ֗ךָ עַבְדְּךָ֤֨ וַאֲמָֽתְךָ֜֙ וּבְהֶמְתֶּ֔֗ךָ וְגֵרְךָ֖֙ אֲשֶׁ֥֣ר בִּשְׁעָרֶֽ֔יךָ׃  

“maar de zevende dag is een Sabbat van uw G-d HaShem: u zult geen werk doen – u, uw zoon of dochter, uw mannelijke of vrouwelijke slaaf, of uw vee, of de vreemdeling die in uw nederzettingen is.”(Exodus 20:10)

Er wordt gezegd dat er geen werk gedaan mag worden door de Joden op Sabbat, maar wat is werk? Werk waarvoor je krijgt betaald, of is werk ook als je voor jezelf gaat timmeren in je huis en als koken voor een kok werk is, mag je dan wel thuis eten koken?

Tekst 3:

מִמְּךָ֜ הַמָּק֗וֹם אֲשֶׁ֨ר יִבְחַ֜ר יְ”הֹוָ֣ה אֱלֹהֶ֘יךָ֮ לָשׂ֣וּם שְׁמ֣וֹ שָׁם֒ וְזָבַחְתָּ֞ מִבְּקָרְךָ֣ וּמִצֹּֽאנְךָ֗ אֲשֶׁ֨ר נָתַ֤ן יְ”הֹוָה֙ לְךָ֔ כַּאֲשֶׁ֖ר צִוִּיתִ֑ךָ וְאָֽכַלְתָּ֙ בִּשְׁעָרֶ֔יךָ בְּכֹ֖ל אַוַּ֥ת נַפְשֶֽׁךָ׃

Als de plaats waar HaShem heeft gekozen om de goddelijke naam te vestigen te ver van je verwijderd is, mag je elk van de runderen of schapen slachten die HaShem je geeft, zoals Ik je heb opgedragen; en u mag naar hartenlust eten in uw nederzettingen. (Deuteronomium 12:22)

Het is duidelijk dat Joden alleen vlees mogen eten als dit geslacht is op een wijze die G-d hen heeft opgedragen. Maar nergens in de Geschreven Tora staat hoe dat slachten moet plaatsvinden.

Bovenstaande vragen worden beantwoord en uitgelegd in de Mondelinge Tora; welke ook wel Torah SheBaal Peh wordt genoemd.

Dat er sprake is van een Geschreven en Mondelinge Tora, dus 2 Tora’s, wordt o.a. duidelijk uit het volgende vers:

אֵ֠לֶּה הַֽחֻקִּ֣ים וְהַמִּשְׁפָּטִים֮ וְהַתּוֹרֹת֒ אֲשֶׁר֙ נָתַ֣ן יְ”הוָ֔ה בֵּינ֕וֹ וּבֵ֖ין בְּנֵ֣י יִשְׂרָאֵ֑ל בְּהַ֥ר סִינַ֖י בְּיַד־מֹשֶֽׁה׃

“Dit zijn de wetten, regels en de Tora’s die HaShem door Mozes op de berg Sinaï aan het Israëlitische volk heeft gegeven.”(Leviticus 26:46)

 

2.1.2 De Mondelinge Tora

Naast de Geschreven Tora heeft G-d op de berg Sinaï aan Mozes en aan het volk Israël ook de Mondelinge Tora gegeven. Welke bestaat uit 3 verschillende categorieën.

  1. De Halacha[8]; dit zijn de instructies en uitleg over de Geschreven Tora. Het bevat de uitleg over o.a. de gebedsdozen, het werkverbod voor Joden op Sabbat, de uitleg voor Joden voor een Kosjere-slacht enz.
  2. De dertien principes van de Tora-exegese; een voorbeeld hiervan is de Gezera-sjawa-regel. Hieronder wordt verstaan: de vergelijking van twee, op twee plaatsen van de Tora voorkomende, gelijkluidende termen of woorden van gelijke betekenis zijn en tevens de vergelijking van twee gelijksoortige onderwerpen, al zijn de daarbij gebezigde uitdrukkingen nog gelijkluidend, noch van dezelfde betekenis.[9]
  3. Het bevat alle veiligheidswetten die door de Wijzen werden gemaakt om ervoor te zorgen dat Halachische wetten niet per ongeluk overtreden konden worden.[10] Een voorbeeld hiervan is dat dat Sjofar op de tweede dag van Rosh HaShanna als deze op een Sabbat valt niet geblazen wordt op plekken waar geen permanente Beith Din [11][12]

Deze Mondelinge Tora, werd zoals de naam dat al zegt, mondeling doorgegeven vanaf Mozes bij het geven van de Tora door G-d bij de berg Sinaï naar Jozua naar de Oudsten van het volk en zover van generatie op generatie tot de dag van vandaag. Deze ononderbroken ketting van het doorgeven van de Mondelinge Tora wordt Mesora genoemd.[13]

Rabbi Judah HaNasi[14], hij leefde van 135 tot 217 – realiseerde zich dat de tijden voor de Joden in de toekomst onstabiel zouden worden en dat de Joden zich over de hele wereld zouden verspreiden. Het was noodzakelijk dat er een Joods Geschrift zou komen waarin de belangrijkste punten van alle Mitswot werden beschreven. Veel Wijzen van zijn tijd verdiepten zich in en bestudeerden de Mondelinge Tora en besloten wat opgetekend moest worden. Rabbi Judah HaNasi was de eindredacteur van dit werk. Dit geschrift wordt de Mishnah genoemd. De Mishnah is opgedeeld in zes orden, 63 traktaten, 525 hoofdstukken en 4.224 Misjnayo’s[15][16]  De Mishnah is bedoeld als representatieve literatuur van de Mondelinge Tora in een vorm die compact en efficiënt is om goed te kunnen onthouden en bereid een uitleg van de Mondelinge Tora voor, die door studie, de juiste methode voor het bestuderen en interpreteren van Tora-studie inhoudt. Aangezien het Geschrift compact is, is het bestuderen van deze teksten altijd met behulp van een Rabbijn of een mentor.

De Misnhah staat opgetekend in de Talmoed. Door de jaren heen werd er geleerd uit de Mishnah en werd er over gediscussieerd. Deze aantekeningen staan ook opgetekend in de Talmoed. Deze woorden van latere Wijzen, om de eerdere Wijzen te verhelderen en te verduidelijken wordt  de Gemara genoemd.[17] Deze Wijzen kunnen we indelen in verschillende tijdsvlakken, te weten[18]:

  • Ga’oniem – 700-1000 – de woorden van de vroege Ga’oniem werden ingevoegd in de Talmoed[19].
  • Rishoniem – 1000- 1500 – een voorbeeld van een Rishoni is Rashi.
  • Kovi’iem – 1500-1680 – een voorbeeld is Rabbi Yosef Karo. Hij is de auteur van de Shulchan Aroech. Dit is het boek voor de Joodse praktijk van de dag van vandaag.
  • Achroniem – 1680-2013 – Bij het overlijden van Rabbi Ovadia Yosef start een nieuw tijdvlak.

Deze opbouw zien we terug in de Talmoed zelf. Waarin de middentekst de Mishnah is en de  buitentekst de Gemara.

 

 
 
 

 

Figuur 1Talmoed Sanhedrien. Vertaling J. de Leeuwe

Enige verwarring kan ontstaan door het gebruik van het woord Gemara, want in de Talmoed zelf wordt voor de Talmoed alleen het woord Gemara gebruikt.[20] Waarschijnlijk is het woord Talmoed uit de Talmoed verwijderd om christelijke censor te vermijden.[21] De Talmoed als geheel was compleet in de 6e eeuw. Er zijn twee versies van de Talmoed. De Talmoed Bavli – geschreven in Babylon en de Talmoed Jerusalmi – geschreven in Jeruzalem/Akko. De Babylonische Talmoed is de gezaghebbende tekst voor Tora-wet en studie. Af en toe, wanneer een kwestie in de Babylonische Talmoed onzeker is, wordt de Jeruzalemse Talmoed gebruikt voor verduidelijking of om consensus te vinden.[22]

Mystieke, filosofische en metafysische Mesora is een essentieel onderdeel van de Tora. Er zijn een groot aantal mystieke teksten, waarvan de Zohar, het boek der pracht, wellicht de allerbelangrijkste is.

Samenvattend zien wie dat we bij Tora-Studie aan verschillende onderdelen kunnen:

  • Bestuderen van de Chumash
  • Bestuderen van de Tenach
  • Bestuderen van de Mishnah
  • Bestuderen van de Gemara
  • Bestuderen van mystieke boeken als bijvoorbeeld de Zohar.

Daarbij kun je jezelf de vraag stellen als men zich bezig houdt met profane wetenschap om de Tora beter te begrijpen of viceverca of men dit ook geen Tora-studie zou moeten noemen.

In het volgende hoofdstuk zullen we zien welke, van bovenstaande genoemde onderdelen, door Noachieden bestudeerd mogen/ moeten worden.

[1] Tenach zijn de Joodse Geschriften en is het acroniem voor Tora (de eerste 5 boeken), Nevi’iem (de Profeten) en Ketoe’biem (de Poëtische Geschriften). De eerste 5 boeken zijn: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.

[2] Dit woord komt van het Hebreeuwse woord chamesh wat vijf betekent.

[3] https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/1426382/jewish/Torah.htm

[4] https://www.yeshiva.co/ask/4675 Alhier wordt de verwijzing gemaakt naar Chazal, Megilla 14 en Naderim 22b.

[5] Zo heb ik mij de woorden van rabbijn Tovia Singer herinnert over de poëtische Geschriften.

[6] https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/812102/jewish/What-is-the-Oral-Torah.htm

[7] HaShem is de Naam zoals die wordt gebruikt wanneer in de Schrift de Vierletterige Naam – het Tetragram -van G-d wordt gebruikt.

[8] Halacha verwijst naar de Joodse wet. Letterlijk betekent het “de weg”. De halacha bepaalt het dagelijkse Joodse leven.

[9] Talmoedisch Denken van Rabbijn Mr. Drs. R. Evers blz. 35. Het boek legt uit hoe de regel wordt toegepast. Waarbij het de vraag aan de orde stelt of het Pesachoffer ook op Shabbat gebracht moet worden. Door middel van deze regel kan dan de conclusie getrokken worden dat het Pesachoffer ook op Shabbat gebracht moet worden.

[10] https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/812102/jewish/What-is-the-Oral-Torah.htm.

[11] Beith Din is een Joodse Rechtbank.

[12] https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/4390/jewish/Shofar-on-Shabbat.htm

[13] https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/3127369/jewish/A-Timeline-of-the-Transmission-of-Torah.htm

[14] Rabbi Yehudah HaNasi was de Schrijver van de Mishnah in zijn uiteindelijke uitgave. Hij wordt “Rebbi” genoemd, Leraar en “Rabbeinu HaKadosch”, de Heilige Rabbijn. Hij was de zoon van Rabbi Shimon ben Gamliel II. Hij werd geboren in 135 n.g.j. en is in 217 n.g.j overleden.

[15] Misjnayo’s: een soort subhoofdstukjes.

[16] https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/2714790/jewish/The-History-of-the-Mishnah.htm

[17] Rashi in Talmud, Sukkah 28a.

[18] https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/3915966/jewish/Timeline-of-Jewish-History.htm#q14

[19] https://www.jewishvirtuallibrary.org/geonic-literature

[20] See, for example, Talmud, Sukkah 28a, Bava Batra 8a.

[21] Chanoch Albeck, Introduction to the Talmuds.

[22] https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/718279/jewish/The-Two-Talmuds.htm

 
 

2.1.3 Wat mogen en moeten, Noachieden bestuderen

We zien 2 uitersten. Aan de ene kant is er de mening dat Noachieden geen Tora mogen bestuderen en de tegenovergestelde mening is dat alles bestudeerd kan en mag worden. Zoals vaak het geval is in zulke uitersten ligt de waarheid in het midden.

“Rabbi Yoḥanan zegt: Een niet-Jood die zich met Tora-studie bezighoudt, is strafbaar; zoals er staat:

תּוֹרָ֥ה צִוָּה־לָ֖נוּ מֹשֶׁ֑ה מוֹרָשָׁ֖ה קְהִלַּ֥ת יַעֲקֹֽב׃

 

“Mozes gebood ons een wet [Torah], een erfenis van de gemeente van Jakob” (Deuteronomium 33:4)

waarmee wordt aangegeven dat het een erfenis is voor ons – Israël – , en niet voor hen (niet-Joden).[1] De tekst lijkt te zeggen dat een Noachied zich niet mag verdiepen in de Tora. Echter dat levert een praktisch probleem op, want hoe moet een Noachied dan weten hoe hij zijn 7 mitswot moet naleven? Want als een Noachied volwassen is, moet hij leren en weten wat voor hem verboden en toelaatbaar is. Want als hij ten onrechte een hoofdzonde van één van de Zeven Noachidische Geboden zou begaan omdat hij er niet van wist, zelfs als de handeling hem toelaatbaar leek, dan nog heeft hij de status van iemand die doelbewust zondigde en schuldig is, want hij had moeten leren en hij deed dat niet. (tenzij het niet mogelijk was om erover te leren; zie onderwerp 4:2).[2] En als hij dat niet doet kan hij daarvoor worden bestraft.[3] Of door de Hand van de Hemel of door een rechter. Immers 1 van de 7 mitswot is het oprichten van rechtbanken!

We zien dus dat Noachieden verplicht zijn om alle details van hun zeven geboden te leren zoals ze in de Tora te vinden zijn – datgene wat G-d hun verbiedt en wat Hij hun permitteert – en om bekwaam te zijn in al hun details.[4] Maar het is voor hen verboden om de rest van de Tora, die niet over de Noachidische Code gaat uit te spitten.[5] Aangezien het sleutelwoord in deze blijkbaar “uitspitten” is, is het belangrijk om te weten wat daarmee wordt bedoeld.

In het Hebreeuws wordt dit pilpul genoemd. Pilpul is een dialectische analyse, een studiemethode, van de Tora-tekst om zo te komen tot nieuwe Tora-concepten. Het is het bestuderen van de Tora, ter wille van de Tora zelf. [6] Op het moment dat Noachieden dit bijvoorbeeld zou toepassen en zo komen tot het maken van nieuwe regels of gebruiken overtreden ze het verbod op het maken van een nieuwe religie.

Echter het bestuderen van de Tora, ten behoeve van een praktisch nut, is toegestaan. Denk hierbij aan het eren van ouders, het teruggeven van verloren voorwerpen enz. omdat deze handelingen dan op de juiste manier kunnen worden uitgevoerd en niet als geestelijke inzetting. Zelfs als iemand alleen maar Tora wil leren om het bijzondere onderscheid van het Joodse volk en hun Goddelijke geboden te begrijpen, en deze Joodse leerstellingen niet wil uitvoeren, is dat niet verboden.[7]

[1] Sanhedrin 59a:2

[2] Uitspitten

[3] Rambam, Laws of Kings 9:14

[4] Rashi en Meiri over Traktaat Sanhedrin 59a. Rambam, Laws of Kings 10:1, zegt dat een niet-Jood die ten onrechte zondigde omdat hij niet leerde, aansprakelijk is, dus het is duidelijk dat niet-Joden hun geboden duidelijk moeten begrijpen, Rambam’s verklaring (ibid. 10:9) over de studie van Tora, “Ze mogen zich niet in diepte verdiepen in iets anders dan hun … Noachidische Geboden,” betekent dat binnen de brede Noachidische Code, een vrome niet-Jood, diepgaand mag (en moet) studeren, zelfs in het doordringend onderzoekend leren, zoals zal worden uitgelegd.

[5] The Divine Code: 4e editie blz. 71

[6] The Divine Code: 4e editie blz. 72

[7] The Divine Code; 4e editie blz. 73