1. Wat zijn Noachieden

Voordat we gaan onderzoeken of Noachieden Tora-studie mogen doen en zo ja wat Noachieden in dat geval zouden moeten weten en bestuderen, is het goed om uit te leggen wat G-dvrezende Noachieden zijn.

G-dvrezende Noachieden zijn die mensen die de 7 Noachidische Geboden – Mitswot[1] genoemd – en hun verdere details naleven omdat G-d ze via Mozes op de berg Sinaï herhaald en bevestigd heeft.

We zullen op een later tijdstip uitgebreid ingaan op wat die 7 Noachidische Mitswot precies inhouden en betekenen. Voor nu is het belangrijk om te weten dat de eerste 6 Noachidische Mitswot aan Adam werden gegeven, te weten:

                                                               1 het verbod op afgoderij- ontheilig op geen enkele manier G-ds Eenheid

                                                                                 2 het verbod op het vervloeken van G-ds Naam

                                                                                                     3 het verbod op moord

                                                                                                    4 het verbod op diefstal

                                                                                                   5 het verbod op overspel

                                                              6 het gebod om zorg te dragen voor een rechtvaardige samenleving.

De Tora[2] zinspeelt gelijk al in het begin op de Noachidische Mitswot, namelijk in Genesis 2 vers 16 en 17 waar staat:

וַיְצַו֙ יְ”הֹוָ֣ה אֱלֹהִ֔ים עַל־הָֽאָדָ֖ם לֵאמֹ֑ר מִכֹּ֥ל עֵֽץ־הַגָּ֖ן אָכֹ֥ל תֹּאכֵֽל׃

“En de H-r G-d gebood de man en zei: “Van elke boom van de tuin ben je vrij om te eten;

וּמֵעֵ֗ץ הַדַּ֙עַת֙ ט֣וֹב וָרָ֔ע לֹ֥א תֹאכַ֖ל מִמֶּ֑נּוּ כִּ֗י בְּי֛וֹם אֲכׇלְךָ֥ מִמֶּ֖נּוּ מ֥וֹת תָּמֽוּת׃

maar wat betreft de boom van kennis van goed en kwaad, daar moet je niet van eten; want zodra je ervan eet, zul je sterven.”

We kunnen hier gemakkelijk het verbod van diefstal in zien. G-d zei tegen Adam dat hij niet van de boom mocht eten die (nog) niet aan hem was gegeven. De Wijzen[3] leren over dit vers dat we hier niet alle de 6 maar zelfs alle 7 Mitswot die voor Bnei Noach[4] gelden kunnen vinden. Zij geven dit als volgt weer:

  • Gebood: dit zinspeelt op het gebod om een systeem van rechtbanken te maken; want zo staat er in een ander vers: “Met betrekking tot de term “en … bevolen”, dit zijn de rechtbanken van oordeel; en zo staat er in een ander vers: “Want Ik heb hem (Abraham) gekend, tot het einde dat hij zijn kinderen en zijn huisgezin na hem zal gebieden, dat zij de weg van de H-r zullen bewaren, om recht en gerechtigheid te doen” (Genesis 18:19).

 

  • H-r: dit zinspeelt op het gebod om niet te lasteren: “Met betrekking tot de term ‘ H-r’ dit verwijst naar het verbod om de Naam van G-d te vervloeken; want zo staat er in een ander vers: “En wie de naam van de H-r lastert, zal ter dood worden gebracht” (Leviticus 24:16).

 

  • G-d: (E-lohim in het Hebreeuws) dit zinspeelt op het gebod om geen afgoden te aanbidden: (Het woord “E-lohim” is ook het Hebreeuwse woord voor valse goden) dit zinspeelt op afgodenaanbidding; want zo staat er in een ander vers: “Gij zult geen andere goden ( E-lohim) voor Mijn aangezicht hebben””(Exodus 20:2).

 

  • Mens: dit zinspeelt op het gebod om niet te moorden: “”De man”, dit zinspeelt op bloedvergieten; want zo staat er in een ander vers: “Wie het bloed van de mens vergiet, door de mens zal zijn bloed vergoten worden””(Genesis 9:6).

 

  • Zeggende: (“Laimor” in het Hebreeuws) zinspeelt op verboden seksuele relaties: want zo staat er in een ander vers: “[ G-d heeft verworpen…] zeggende (“laimor”) ‘Als een man zijn vrouw zendt, en zij gaat van hem weg en wordt van een andere man… zal dat land dan niet erg vervuild zijn? Maar u hebt met veel minnaars gehoereerd. ‘” (Jeremiah 3:1).

 

  • Van elke boom in de tuin: en niet van die welke door diefstal werden verkregen, dit zinspeelt op verbod tegen diefstal.

 

  • Je mag vrij eten: dit zinspeelt op het omgekeerde. Namelijk dat er iets is dat niet gegeten mag worden, te weten vlees dat is verwijderd uit een levend zoogdier of een vogel.

 

Dit vers zinspeelt op deze manier op alle Zeven Mitswot die aan de Bnei Noach, voor alle generaties, werden opgedragen. Hoewel het eten van een ledemaat van een levend dier niet aan Adam was bevolen – mocht hij geen dier doden en van zijn vlees eten, is het niettemin een eeuwig gebod aan Adam en zijn nakomelingen met betrekking tot het verbod op het eten van vlees. Hoewel het dus voor Adam helemaal verboden was om dieren te doden, kreeg Noach die toestemming wel, maar werd het hem verboden om een ledemaat van een levend dier af te scheuren.[5] [6],[7],[8] (De expliciete plaats waar de Mitswot in de Tora worden genoemd komt terug bij het bespreken van de specifieke Mitswa.)

Wie zien dat aan Noach het zevende verbod, het verbod op het eten van een deel van een nog levend dier expliciet wordt genoemd.[9]

Deze Mitswot staan bekend onder de naam Noachidische Mitswot omdat ze voor het eerst volledig (dus inclusief de zevende) toepasbaar werden in de tijd van Noach. Voor Noach was het niet toegestaan om een dier te doden om deze te eten of voor een ander doel te gebruiken. G-d had het groene kruid gegeven aan de mensen om te eten.[10]  Noach echter kreeg toestemming om ook dieren te eten. [11]

We zien dat deze Mitswot rechtsgeldig waren omdat mensen/samenlevingen die zich er niet aan hielden werden gestraft. Kaïn werd gestraft voor zijn moord op Abel.[12] Sodom en Gomorra werden gestraft voor hun slechtheid en seksueel wangedrag[13] en de generatie van Noach werd gestraft voor o.a. hun roofovervallen en ander wangedrag.[14]

Omdat alle mensen nakomelingen zijn van Noach, gelden deze Mitswot voor alle mensen. Dit waren één van de eerste Mitswot die de Joden leerden bij Mara toen ze uit Egypte waren getrokken.[15]

Aangezien alle mensen geacht worden om zich aan deze 7 Mitswot en hun details te houden werden ze in de Tora niet specifiek Noachieden genoemd maar werden de mensen genoemd naar hun voorvader die hun natie/volk tot stand bracht, zoals bijvoorbeeld Moabieten van Moab of Amonieten van Amon.

Vanaf de tijd van de Tweede Tempel zijn er verwijzingen naar mensen die de 7 Noachidische Mitswot en hun details naleefden. Zij werden G-dvrezenden – Yir’ei HaShem/yir’ei Shamayim in het Hebreeuws  en Phebomenoi in het Grieks genoemd.[16] Josephus Flavius ​​uit de eerste eeuw na Christus spreekt over deze groep mensen.[17]  Daarnaast worden Noachieden op verschillende plaatsen genoemd in de Talmoed.[18]

Na de verwoesting van de Tweede Tempel werd het voor deze groep mensen moeilijk om zich staande te houden in hun geloof. Waarbij men niet moet vergeten dat de contacten tussen Joden en niet-Joden door de geschiedenis heen steeds moeilijker werden. Reeds onder Justinuas – keizer van het Byzantijnse Rijk van 1 april 527 tot 14 november 565– en opgehitst door theologen en bisschoppen, riep de Joden uit tot paria’s die gescheiden moesten leven van de christelijke samenleving.[19]

Een zeer belangrijk archeologische bewijs van een Noachidische-gemeenschap werd ontdekt in 1976 in Aphrodisias in Turkije. In een oude synagoge werden twee inscripties ontdekt die dateren uit ongeveer 210 voor de westerse jaartelling. De eerste inscriptie is een lijst van oprichters van de synagoge, allemaal met Joodse namen die in die periode voorkomen. De tweede inscriptie is echter een lijst met niet-Joodse namen zoals Zeno, Athenogoras en Diogenes. Deze inscriptie wordt voorafgegaan door de woorden: “En dit zijn degenen die    G-dvrezenden zijn …” [20] Een soortgelijke inscriptie werd ontdekt in de oude verwoeste synagoge van Sardes, Turkije. Deze inscriptie noemt drie groepen: Joden, bekeerlingen en waarnemers van de Wetten van Noach. We weten echter bijna niets over deze oude groepen of hun specifieke manier van ceremonies.[21]

Hoewel er door de tijd heen altijd kleine aantallen G-dvrezenden zijn geweest, neemt hun aantal de laatste jaren gestaag toe.

Vendyl Jones (1930- 2010) speelde een belangrijke rol in het opnieuw opkomen van de Noachidische identiteit in onze tijd. Jones behaalde zijn bachelor en master aan het Baptist Bible College en was baptistenvoorganger. Hij ontdekte dat veel negatieve uitspraken over Joden in de Evangeliën in oudere manuscripten niet voorkwamen. Dit maakte dat hij er voor koos om een studie in de Talmoed-Tora te gaan volgen. Hij begon met zijn studie op een basisschool voor kinderen onder leiding van rabbijn Henry Barneis. Later ging hij verder met zijn studie bij rabbijn Max Stauber. Jones ontwikkelde gestaag een zeer verfijnde Noachidische religieuze identiteit die stevig geworteld was in Tora-studie en een overeenkomend wereldbeeld.

In de jaren zestig raakte Jones diep betrokken bij archeologische bezigheden, en uiteindelijk verhuisde hij met zijn familie naar Israël om zijn studie aan de Hebreeuwse Universiteit voort te zetten.[22]

Door zijn lezingen over Bijbelse archeologie, publicaties, lezingen en wekelijkse lessen inspireerde hij niet alleen talloze niet-Joden om het Noachisme te verkennen, maar dit maakte ook dat steeds meer Rabbijnen een hernieuwde aandacht voor deze 7 Noachidische Wetten kregen.

De Lubavitcher Rebbe, rabbi Menachem Schneersohn, heeft een belangrijke rol gespeeld in de verspreiding van de Noachidische Mitswot.[23] In 1984 riep hij zijn gemeenschap op om zich bezig te houden met de studie en de verspreiding van deze Mitswot.

In het Rabbijnse tijdschrift HaPardes schreef hij:

We moeten al het mogelijke doen om ervoor te zorgen dat de zeven Noachitische wetten worden nageleefd. … om door middel van vriendelijke en vreedzame middelen niet-Joden uit te leggen dat ze G-ds wensen moeten accepteren [dan zouden we dat moeten doen]… zeven geboden zijn verplicht om te doen, want dat is wat G-d Mozes, onze leraar, gebood.[24] Veel Chabad Rabbijnen begonnen de Noachidische Wetten te bestuderen en te onderwijzen. De Rebbe sprak en schreef ook over de Wetten van Noach.[25]

Ask Noah International (ASI) nam aan het einde van de 20e eeuw de wens van de Rebbe om de Wetten van Noach uit te dragen op zich door aan de bekende Jeruzalemgeleerde, Rabbi Moshe Weiner, de opdracht te geven om halachisch (Tora-wet) onderzoek te doen wat de 7 Mitswot precies inhouden en hoe ze in hun detail nageleefd moeten worden. Dit resulteerde in het boek “Sefer Sheva Mitzvos HaShem” welke later vertaald werd naar het Engels en uitgebracht werd onder de naam “The Divine Code”. Dit boek is het raamwerk voor het bepalen van de legitieme Noachidische praktijken en de Noachidische identiteit voor de dag van vandaag.

Verwijzingen

[1] Is het meervoud van het woord Mitswa wat gebod. De geboden zijn de leefregels die G-d aan de mens heeft gegeven in de Vijf boeken van Mozes. Er zijn 613 geboden voor Joden en 7 geboden voor niet-Joden. De meeste Joodse geboden zijn op dit moment niet mogelijk om in acht te nemen omdat er nu nog geen Heilige Tempel is en er nog steeds Joden buiten het land Israël wonen.

[2] Tora, dit zijn de eerste 5 boeken van de Tenach, de Bijbel.

[3] Met Wijzen worden de grote Joodse geleerden bedoeld die de Mondelinge Tora, die door middel van Mozes door God op de berg Sinaï gegeven werd, hebben doorgegeven.

[4] Bnei Noach, letterlijk kinderen van Noach. In deze brochure wordt dit woord gebruik voor Noachieden – Noachieten.

[5] Leviticus 24:15 in het Hebreeuws:  ” Ish ish (‘ieder mens’) die zijn G-d vervloekt, zal zijn zonde dragen.” Waarom de dubbele uitdrukking van ” ish ish ” (wat letterlijk “een man, een man” betekent)? Het betekent dat het de hele mensheid omvat, zowel Joden als niet-Joden. Dit leert dat het ook voor niet-Joden verboden is om G-d’s Naam te vervloeken (G-d verhoede!).

[6] Bi’ur Torat Moshe Elucidation of the Book of Moses for Noahides geschreven door Rabbijn Moshe Weiner en bewerkt door Dr. Michael Schulman.

[7] Talmoed Sanhedrin 56b:4-7 with Connections (sefaria.org).

[8] Er zijn ook meningen die zeggen dat er 6 Mitswot gegeven werden aan Adam en de 7e  van het niet eten van een ledemaat van een levend dier specifiek aan Noach werd gegeven.

[9] Babylonische Talmoed, Sanhedrin 56a:24.

[10] Genesis 1:29.

[11] Genesis 9:3.

[12] Genesis 4: 13.

[13] Genesis 13:13, 18:20 – 22; Zie Yalkut Shimoni: Bereishit 83, Sanhedrin 109a en Genesis Rabbah 50 voor meer voorbeelden van de wreedheid en zonde van Sodom en Gomorra.

[14] Genesis 6:11-12.

[15] Exodus 15:26.

[16] Sim, David C. & MacLaren, James S. (2013). “Gentiles, God-fearers and proselytes (Chapter 1): God-Fearers (Section 3)”. Attitudes to Gentiles in Ancient Judaism and Early Christianity. New YorkBloomsbury Publishing. pp. 9–27.

[17] 6 The Jewish Wars II: 454, 463, en VII: 45; Oudheden XIV: 110 en XX: 41; Tegen Apion I: 166,167, en II: 282.

[18] Zie voorbeelden in Sefaria.org. zoals bijvoorbeeld: https://www.sefaria.org/Sanhedrin.57b.2?ven=Talmud_Bavli._German_trans._by_Lazarus_Goldschmidt,_1929_[de]&vhe=Wikisource_Talmud_Bavli&lang=bi

[19] Christelijke theologie na Auschwits, dr. Hans Jansen.

[20] http://cojs.org/aphrodisias_inscription-_3rd_century_ce/.

[21] https://stringfixer.com/nl/Godfearers.

[22] Vendyl Jones – Wikipedia.

[23] The Rebbe was Very Busy Promoting the Noahide Laws | AskNoah.org

[24] Sheva Mitzvot Shel Benai Noach,” Hapardes 59:9 7-11, 5745(1984)

[25] Hierbij valt te denken aan: To perfect the World, Samengesteld en vertaald door Rabbi Yehoishopot Oliver en bewerkt door dr. Michael Schulman, S.I.E. Publicationsen aan Kol Bo’ai HaOlam geschreven door Rabbi C. Miller